BWBR0010870
Geldig vanaf 01-01-2000
Artikel 4
Zuivelverordening 2000, Gewichtsbepaling bij gebruik van rijdende melkontvangsten met volumemeetinrichting
De RMO's zijn :
1. voorzien van een volumemeetinrichting die voldoet aan de in artikel 5 genoemde eisen;
2. voorzien van een doelmatige ruimte, waarin de monsters diepgekoelde boerderijmelk kunnen worden gekoeld en bewaard op een temperatuur van ten minste 0,0° C en ten hoogste 4,0° C;
3. op een duidelijke zichtbare plaats voorzien van een verzegelbare opschriftenplaat, waarop de volgende gegevens zijn vermeld: a. het fabrikaat;
b. het fabricagenummer en het jaartal van vervaardiging;
c. het type(nummer);
d. de maximale volumestroom van de complete volumemeetinrichting, welke te allen tijde binnen de grenzen ligt, welke op de melkmeter en de luchtafscheider zijn aangegeven;
e. de kleinste ontvangsthoeveelheid (tot maximaal 200 liter; indien nodig wordt het desbetreffende opschrift van de meter aangepast);
f. de basishoeveelheid, zijnde de melkinhoud op het gemiddelde rustniveau van de volumemeetinstallatie tot de melkmeter.
a. het fabrikaat;
b. het fabricagenummer en het jaartal van vervaardiging;
c. het type(nummer);
d. de maximale volumestroom van de complete volumemeetinrichting, welke te allen tijde binnen de grenzen ligt, welke op de melkmeter en de luchtafscheider zijn aangegeven;
e. de kleinste ontvangsthoeveelheid (tot maximaal 200 liter; indien nodig wordt het desbetreffende opschrift van de meter aangepast);
f. de basishoeveelheid, zijnde de melkinhoud op het gemiddelde rustniveau van de volumemeetinstallatie tot de melkmeter.
1. voorzien van een volumemeetinrichting die voldoet aan de in artikel 5 genoemde eisen;
2. voorzien van een doelmatige ruimte, waarin de monsters diepgekoelde boerderijmelk kunnen worden gekoeld en bewaard op een temperatuur van ten minste 0,0° C en ten hoogste 4,0° C;
3. op een duidelijke zichtbare plaats voorzien van een verzegelbare opschriftenplaat, waarop de volgende gegevens zijn vermeld: a. het fabrikaat;
b. het fabricagenummer en het jaartal van vervaardiging;
c. het type(nummer);
d. de maximale volumestroom van de complete volumemeetinrichting, welke te allen tijde binnen de grenzen ligt, welke op de melkmeter en de luchtafscheider zijn aangegeven;
e. de kleinste ontvangsthoeveelheid (tot maximaal 200 liter; indien nodig wordt het desbetreffende opschrift van de meter aangepast);
f. de basishoeveelheid, zijnde de melkinhoud op het gemiddelde rustniveau van de volumemeetinstallatie tot de melkmeter.
a. het fabrikaat;
b. het fabricagenummer en het jaartal van vervaardiging;
c. het type(nummer);
d. de maximale volumestroom van de complete volumemeetinrichting, welke te allen tijde binnen de grenzen ligt, welke op de melkmeter en de luchtafscheider zijn aangegeven;
e. de kleinste ontvangsthoeveelheid (tot maximaal 200 liter; indien nodig wordt het desbetreffende opschrift van de meter aangepast);
f. de basishoeveelheid, zijnde de melkinhoud op het gemiddelde rustniveau van de volumemeetinstallatie tot de melkmeter.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010870
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl