BWBR0010870
Geldig vanaf 01-01-2000
Artikel 6
Zuivelverordening 2000, Gewichtsbepaling bij gebruik van rijdende melkontvangsten met volumemeetinrichting
1. De ontvanger van boerderijmelk draagt er zorg voor dat de RMO voldoet aan de eisen, zoals die zijn gesteld in artikel 5. Hiertoe laat de ontvanger van boerderijmelk de RMO één keer per jaar keuren door een door de voorzitter, gehoord het COKZ, aangewezen instelling.
2. De in lid 1 bedoelde instelling hanteert de door de voorzitter, gehoord het COKZ, vastgestelde werkwijzen ten aanzien van de keuring en de toe te passen nauwkeurigheidsgrenzen, zoals neergelegd in artikel 5, de leden 2, 3 en 4.
3. Voor het verzegelen c.q. het aanbrengen van ijkmerken is de in lid 1 bedoelde instelling in het bezit van een door het Nederlands Meetinstituut verleende ijkbevoegdheid; het door het Nederlands Meetinstituut goed te keuren kwaliteitshandboek is hiervan een onderdeel.
4. De resultaten van deze keuring moeten door de ontvanger van boerderijmelk worden geregistreerd ten behoeve van het door het COKZ uit te voeren toezicht .
Indien bij een keuring op de meetnauwkeurigheid van de volumemeetinrichting van een RMO wordt geconstateerd dat niet wordt voldaan aan de eisen welke te dien aanzien zijn neergelegd in deze voorwaarden, draagt de ontvanger van boerderijmelk er zorg voor dat de betrokken RMO binnen een termijn van twee maanden aan een hercontrole wordt onderworpen. De resultaten van deze keuring moeten eveneens door de ontvanger van boerderijmelk worden geregistreerd ten behoeve van het door het COKZ uit te voeren toezicht.
Indien bij deze herkeuring de RMO niet blijkt te voldoen aan de hiervoor bedoelde voorwaarden, is het gebruik van de RMO voor het vaststellen van de hoeveelheden van door veehouders aan de ontvanger van boerderijmelk geleverde melk eerst toegestaan nadat is vastgesteld dat de RMO voldoet aan de eisen ten aanzien van de meetnauwkeurigheid. De door de ontvanger van boerderijmelk genomen maatregelen moeten worden geregistreerd en de bijbehorende keuringsrapporten moeten beschikbaar zijn ten behoeve van het door het COKZ uit te voeren toezicht.
2. De in lid 1 bedoelde instelling hanteert de door de voorzitter, gehoord het COKZ, vastgestelde werkwijzen ten aanzien van de keuring en de toe te passen nauwkeurigheidsgrenzen, zoals neergelegd in artikel 5, de leden 2, 3 en 4.
3. Voor het verzegelen c.q. het aanbrengen van ijkmerken is de in lid 1 bedoelde instelling in het bezit van een door het Nederlands Meetinstituut verleende ijkbevoegdheid; het door het Nederlands Meetinstituut goed te keuren kwaliteitshandboek is hiervan een onderdeel.
4. De resultaten van deze keuring moeten door de ontvanger van boerderijmelk worden geregistreerd ten behoeve van het door het COKZ uit te voeren toezicht .
Indien bij een keuring op de meetnauwkeurigheid van de volumemeetinrichting van een RMO wordt geconstateerd dat niet wordt voldaan aan de eisen welke te dien aanzien zijn neergelegd in deze voorwaarden, draagt de ontvanger van boerderijmelk er zorg voor dat de betrokken RMO binnen een termijn van twee maanden aan een hercontrole wordt onderworpen. De resultaten van deze keuring moeten eveneens door de ontvanger van boerderijmelk worden geregistreerd ten behoeve van het door het COKZ uit te voeren toezicht.
Indien bij deze herkeuring de RMO niet blijkt te voldoen aan de hiervoor bedoelde voorwaarden, is het gebruik van de RMO voor het vaststellen van de hoeveelheden van door veehouders aan de ontvanger van boerderijmelk geleverde melk eerst toegestaan nadat is vastgesteld dat de RMO voldoet aan de eisen ten aanzien van de meetnauwkeurigheid. De door de ontvanger van boerderijmelk genomen maatregelen moeten worden geregistreerd en de bijbehorende keuringsrapporten moeten beschikbaar zijn ten behoeve van het door het COKZ uit te voeren toezicht.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010870
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl