BWBR0012128
Geldig vanaf 14-05-2001
Artikel 5
Regeling Basissubsidies
1. Een basissubsidie kan slechts worden toegekend voor zover het inkomen van de aanvrager, exclusief een verstrekking op basis van een eerder toegekende basissubsidie, in het jaar waarin het basissubsidie wordt toegekend naar verwachting gelijk zal zijn aan of lager zal zijn dan een door het bestuur, na toestemming van de Minister vast te stellen bedrag.
2. De hoogte van de component kosten van levensonderhoud van het basisstipendium wordt jaarlijks door het bestuur, na toestemming van de minister, vastgesteld.
3. De hoogte van de toekenning van de productiesubsidie en van de component productiesubsidie van een basisstipendium wordt gebaseerd op de verwachting van de hoogte van de beroepskosten in het jaar van toekenning.
4. De hoogte van de toekenning van de productiesubsidie en de component productiesubsidie van een basisstipendium bedraagt voor de kunstenaar wiens beroepskosten zoals bedoeld in het derde lid van dit artikel
- minder bedragen dan € 4.500 / f 9.917 : € 6.500 / f 14.324;
- gelijk is aan of meer bedraagt dan € 4.500 / f 9.917, maar minder bedragen dan € 7.500 / f 16.528: € 8.500 / f 18.732,-;
- meer bedragen dan € 7.500 / f 16.528: € 10.500 / f 23.139.
Zie ook artikel 19 lid 3.
5. Het in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel bepaalde wordt getoetst aan de hand van het aangiftebiljet inkomstenbelastingen van het voorafgaande kalenderjaar. Indien dit niet mogelijk is dient de aanvrager op een andere, door het bestuur goed te keuren wijze, inzicht te verschaffen in zijn/haar financiële omstandigheden.
6. Onder inkomen, als bedoeld in deze regeling, wordt verstaan het verzamelinkomen bedoeld in artikel 2.18 van de Wet Ib 2001.
2. De hoogte van de component kosten van levensonderhoud van het basisstipendium wordt jaarlijks door het bestuur, na toestemming van de minister, vastgesteld.
3. De hoogte van de toekenning van de productiesubsidie en van de component productiesubsidie van een basisstipendium wordt gebaseerd op de verwachting van de hoogte van de beroepskosten in het jaar van toekenning.
4. De hoogte van de toekenning van de productiesubsidie en de component productiesubsidie van een basisstipendium bedraagt voor de kunstenaar wiens beroepskosten zoals bedoeld in het derde lid van dit artikel
- minder bedragen dan € 4.500 / f 9.917 : € 6.500 / f 14.324;
- gelijk is aan of meer bedraagt dan € 4.500 / f 9.917, maar minder bedragen dan € 7.500 / f 16.528: € 8.500 / f 18.732,-;
- meer bedragen dan € 7.500 / f 16.528: € 10.500 / f 23.139.
Zie ook artikel 19 lid 3.
5. Het in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel bepaalde wordt getoetst aan de hand van het aangiftebiljet inkomstenbelastingen van het voorafgaande kalenderjaar. Indien dit niet mogelijk is dient de aanvrager op een andere, door het bestuur goed te keuren wijze, inzicht te verschaffen in zijn/haar financiële omstandigheden.
6. Onder inkomen, als bedoeld in deze regeling, wordt verstaan het verzamelinkomen bedoeld in artikel 2.18 van de Wet Ib 2001.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012128
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl