BWBR0012128
Geldig vanaf 14-05-2001
Artikel 7
Regeling Basissubsidies
1. Indien vier jaar na toekenning van het basissubsidie niet het volledige bedrag, waarop de kunstenaar krachtens de toekenning, met inachtneming van artikel 6 lid 2 recht heeft, is opgenomen, wordt, alvorens aanspraak op het restant kan worden gemaakt door het Fonds vastgesteld of hij/zij nog als kunstenaar werkzaam is. Zo spoedig mogelijk na de dag waarop voornoemde periode is verstreken verstrekt het Fonds aan de desbetreffende kunstenaar een vragenformulier. Aan de hand daarvan toetst het Fonds uitsluitend de alsdan bestaande beroepsmatigheid van de kunstenaar. Een dergelijke aanvraag kan ter beoordeling aan de werkgroep worden voorgelegd (zie ook artikel 15, tweede lid).
2. Indien het bestuur van mening is dat niet langer van beroepsmatig functioneren sprake is, vervalt het recht op het nog resterende bedrag van de basissubsidie.
3. Indien het in het eerste lid genoemde vragenformulier niet binnen één maand door de kunstenaar aan het Fonds is geretourneerd vervalt het recht op het nog resterende bedrag van de basissubsidie.
2. Indien het bestuur van mening is dat niet langer van beroepsmatig functioneren sprake is, vervalt het recht op het nog resterende bedrag van de basissubsidie.
3. Indien het in het eerste lid genoemde vragenformulier niet binnen één maand door de kunstenaar aan het Fonds is geretourneerd vervalt het recht op het nog resterende bedrag van de basissubsidie.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012128
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl