BWBR0012128
Geldig vanaf 14-05-2001
Artikel 9
Regeling Basissubsidies
1. Tijdens de periode waarin een kunstenaar gebruik maakt van een individuele subsidie, dan wel een stimuleringssubsidie als bedoeld in artikel 2 deel a van de statuten, die, naar het oordeel van het bestuur, in dezelfde dekking van kosten voorziet als het basissubsidie, kan geen basissubsidie worden toegekend noch kunnen verstrekkingen op grond van een reeds toegekend basissubsidie plaatsvinden. Indien de gebruikmaking van de in dit artikel bedoelde individuele subsidie of stimuleringssubsidie aanvangt in hetzelfde jaar als waarin een of meerdere verstrekkingen hebben plaatsgevonden, heeft het bestuur het recht om deze verstrekkingen geheel of gedeeltelijk terug te vorderen c.q. te verrekenen met de individuele subsidie dan wel stimuleringssubsidie. Deze terugvordering of verrekening laat onverlet het recht om het desbetreffende bedrag op een later tijdstip alsnog, conform het in deze Regeling ten aanzien van verstrekkingen bepaalde, op te nemen.
2. Tijdens de periode, waarin een kunstenaar deelnemer is aan de Rijksakademie van beeldende kunsten, de Jan van Eyck Academie, de Ateliers, of aan onderwijs aan instellingen die krachtens de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek bekostigd worden, kan geen basissubsidie worden toegekend noch kunnen verstrekkingen op grond van een reeds toegekend basissubsidie plaatsvinden. Indien deelname aan een van de hierboven genoemde instellingen aanvangt in hetzelfde jaar waarin een of meerdere verstrekkingen hebben plaatsgevonden, heeft het bestuur het recht om deze verstrekkingen geheel of gedeeltelijk terug te vorderen. Deze terugvordering laat onverlet het recht om het desbetreffende bedrag op een later tijdstip alsnog, conform het in deze Regeling ten aanzien van verstrekkingen bepaalde, op te nemen.
3. Indien een kunstenaar gedurende een periode waarin hij gebruik maakt van een productiesubsidie een basisstipendium krijgt toegekend, zal de component productiesubsidie met de reeds voor die periode toegekende productiesubsidie worden verrekend. Indien de gebruikmaking van het bedoelde basisstipendium aanvangt in hetzelfde jaar als waarin een of meerdere verstrekkingen op basis van de in dit artikel bedoelde productiesubsidie hebben plaatsgevonden, heeft het bestuur het recht om deze verstrekkingen geheel of gedeeltelijk te verrekenen met het basisstipendium naar evenredigheid van het aantal kalendermaanden. Deze verrekening laat onverlet het recht om, wanneer de aanvrager binnen vier jaar na toekenning van de productiesubsidie geen rechten meer kan ontlenen aan een basisstipendium en met inachtneming van artikel 4 lid 5, voor de resterende kalendermaanden de verrekende productiesubsidie aan te vragen, wanneer dit korter dan vier jaar na aanvang van de in dit artikel bedoelde productiesubsidie is.
4. Tijdens een periode waarin een kunstenaar gebruik maakt van een basisstipendium als bedoeld in artikel 1 onder i kan geen productiesubsidie worden toegekend.
2. Tijdens de periode, waarin een kunstenaar deelnemer is aan de Rijksakademie van beeldende kunsten, de Jan van Eyck Academie, de Ateliers, of aan onderwijs aan instellingen die krachtens de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek bekostigd worden, kan geen basissubsidie worden toegekend noch kunnen verstrekkingen op grond van een reeds toegekend basissubsidie plaatsvinden. Indien deelname aan een van de hierboven genoemde instellingen aanvangt in hetzelfde jaar waarin een of meerdere verstrekkingen hebben plaatsgevonden, heeft het bestuur het recht om deze verstrekkingen geheel of gedeeltelijk terug te vorderen. Deze terugvordering laat onverlet het recht om het desbetreffende bedrag op een later tijdstip alsnog, conform het in deze Regeling ten aanzien van verstrekkingen bepaalde, op te nemen.
3. Indien een kunstenaar gedurende een periode waarin hij gebruik maakt van een productiesubsidie een basisstipendium krijgt toegekend, zal de component productiesubsidie met de reeds voor die periode toegekende productiesubsidie worden verrekend. Indien de gebruikmaking van het bedoelde basisstipendium aanvangt in hetzelfde jaar als waarin een of meerdere verstrekkingen op basis van de in dit artikel bedoelde productiesubsidie hebben plaatsgevonden, heeft het bestuur het recht om deze verstrekkingen geheel of gedeeltelijk te verrekenen met het basisstipendium naar evenredigheid van het aantal kalendermaanden. Deze verrekening laat onverlet het recht om, wanneer de aanvrager binnen vier jaar na toekenning van de productiesubsidie geen rechten meer kan ontlenen aan een basisstipendium en met inachtneming van artikel 4 lid 5, voor de resterende kalendermaanden de verrekende productiesubsidie aan te vragen, wanneer dit korter dan vier jaar na aanvang van de in dit artikel bedoelde productiesubsidie is.
4. Tijdens een periode waarin een kunstenaar gebruik maakt van een basisstipendium als bedoeld in artikel 1 onder i kan geen productiesubsidie worden toegekend.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012128
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl