BWBR0012633
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 13
Verordening PT Vakheffing Bloembollen Plantgoed 2002
1. Degene die, niet-handelskaarthouder zijnde, aantoont:
a. dat hij door hem in een verkoopseizoen ingekochte bloembollen-plantgoed in dat zelfde seizoen door tussenkomst van een veiling of aan een handelskaarthouder heeft doorverkocht en
b. dat hij de over deze inkoop en verkoop op grond van de bepalingen van deze verordening verschuldigde vakheffing heeft voldaan,
ontvangt van het productschap een restitutie ter grootte van 4,2% van het verkoopfactuurbedrag van de bloembollen-plantgoed.
2. Aanvragen tot restituties, dienen bij het productschap te worden ingediend binnen twee jaar na de datum van de betaling van de betreffende bloembollen.
a. dat hij door hem in een verkoopseizoen ingekochte bloembollen-plantgoed in dat zelfde seizoen door tussenkomst van een veiling of aan een handelskaarthouder heeft doorverkocht en
b. dat hij de over deze inkoop en verkoop op grond van de bepalingen van deze verordening verschuldigde vakheffing heeft voldaan,
ontvangt van het productschap een restitutie ter grootte van 4,2% van het verkoopfactuurbedrag van de bloembollen-plantgoed.
2. Aanvragen tot restituties, dienen bij het productschap te worden ingediend binnen twee jaar na de datum van de betaling van de betreffende bloembollen.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012633
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl