BWBR0012633
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 5
Verordening PT Vakheffing Bloembollen Plantgoed 2002
1. Degene die bloembollen-plantgoed verkoopt of heeft verkocht door tussenkomst van een veiling, is aan het productschap een heffing verschuldigd ter grootte van 2,1% van het factuurbedrag.
2. De in het eerste lid bedoelde heffing dient door de verkoper te worden betaald aan de desbetreffende veiling, die daartoe namens het productschap het betrokken heffingsbedrag inhoudt op de aan de verkoper toekomende koopsom en de aldus geïncasseerde heffing rechtstreeks aan het productschap overmaakt. Door deze betaling voldoet de verkoper aan de heffingsplicht, bedoeld in het eerste lid.
3. Het tweede lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.
2. De in het eerste lid bedoelde heffing dient door de verkoper te worden betaald aan de desbetreffende veiling, die daartoe namens het productschap het betrokken heffingsbedrag inhoudt op de aan de verkoper toekomende koopsom en de aldus geïncasseerde heffing rechtstreeks aan het productschap overmaakt. Door deze betaling voldoet de verkoper aan de heffingsplicht, bedoeld in het eerste lid.
3. Het tweede lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012633
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl