BWBR0012633
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 6
Verordening PT Vakheffing Bloembollen Plantgoed 2002
1. Degene die, niet-handelskaarthouder zijnde, bloembollen-plantgoed koopt of heeft gekocht door tussenkomst van een veiling is aan het productschap een heffing verschuldigd ter grootte van 2,1% van het factuurbedrag.
2. De in het eerste lid bedoelde heffing dient door de koper te worden betaald aan de desbetreffende veiling, die daartoe namens het productschap de koper het betrokken heffingsbedrag in rekening brengt en de aldus geïncasseerde heffing rechtstreeks aan het productschap overmaakt; door deze betaling voldoet de koper aan de heffingsplicht, bedoeld in het eerste lid.
3. Het tweede lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.
2. De in het eerste lid bedoelde heffing dient door de koper te worden betaald aan de desbetreffende veiling, die daartoe namens het productschap de koper het betrokken heffingsbedrag in rekening brengt en de aldus geïncasseerde heffing rechtstreeks aan het productschap overmaakt; door deze betaling voldoet de koper aan de heffingsplicht, bedoeld in het eerste lid.
3. Het tweede lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012633
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl