BWBR0014862
Geldig vanaf 21-12-2003
Artikel 5
Verordening aanvaarding bestuursfuncties bij bedrijfslichamen
1. Indien een door de Raad aangewezen organisatie niet binnen drie maanden na haar aanwijzing en vervolgens uiterlijk vier weken voor het begin van iedere zittingsperiode van het bestuur van het betrokken bedrijfslichaam een aantal mededelingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, overeenkomend met het aantal door haar te benoemen bestuursleden heeft doen toekomen aan de voorzitter van het betrokken bedrijfslichaam, doet deze de Raad daarvan onverwijld mededeling.
2. Hetzelfde doet de voorzitter van een bedrijfslichaam indien:
a. een organisatie niet binnen vier weken nadat hij deze organisatie heeft medegedeeld dat een door haar benoemd bestuurslid zijn benoeming niet heeft aangenomen, een nieuwe mededeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan;
b. een organisatie niet binnen vier weken nadat zij een mededeling als bedoeld in artikel 4, tweede lid, heeft ontvangen, een nieuwe mededeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan.
3. In de gevallen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, kan de Raad het benoemingsrecht van de betrokken organisatie schorsen. Behoudens eerdere opheffing vervalt de schorsing indien de Raad niet binnen zes maanden nadat de schorsing is bekendgemaakt een besluit als bedoeld in het vierde lid heeft genomen.
4. In de gevallen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, kan de Raad de aanwijzing van de betrokken organisatie intrekken en een nieuwe aanwijzing doen.
5. Indien twee of meer organisaties zijn aangewezen tot het gezamenlijk doen van een benoeming, zijn het eerste tot en met het vierde lid van overeenkomstige toepassing.
2. Hetzelfde doet de voorzitter van een bedrijfslichaam indien:
a. een organisatie niet binnen vier weken nadat hij deze organisatie heeft medegedeeld dat een door haar benoemd bestuurslid zijn benoeming niet heeft aangenomen, een nieuwe mededeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan;
b. een organisatie niet binnen vier weken nadat zij een mededeling als bedoeld in artikel 4, tweede lid, heeft ontvangen, een nieuwe mededeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan.
3. In de gevallen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, kan de Raad het benoemingsrecht van de betrokken organisatie schorsen. Behoudens eerdere opheffing vervalt de schorsing indien de Raad niet binnen zes maanden nadat de schorsing is bekendgemaakt een besluit als bedoeld in het vierde lid heeft genomen.
4. In de gevallen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, kan de Raad de aanwijzing van de betrokken organisatie intrekken en een nieuwe aanwijzing doen.
5. Indien twee of meer organisaties zijn aangewezen tot het gezamenlijk doen van een benoeming, zijn het eerste tot en met het vierde lid van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014862
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl