1. Het is een ieder, die zoetwatervis heeft verkregen door uitoefening van de binnenvisserij als bedoeld in
artikel 1 van de Visserijwet 1963 dan wel door uitoefening van de visserij in de Zuid-Hollandse Stromen, verboden deze vis voor menselijke consumptiedoeleinden te verkopen.
2. Het verbod, gesteld in lid 1, geldt niet:
a. voor zover het zoetwatervis betreft, welke afkomstig is uit het IJsselmeer, als bedoeld in het Reglement voor de binnenvisserij 1985 voor degene, die in het bezit is van een geldige vergunning tot uitoefening van de visserij met alle geoorloofde vistuigen op het IJsselmeer, afgegeven door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
b. voor zover het zoetwatervis betreft, welke niet afkomstig is uit het IJsselmeer als evenbedoeld, voor degenen die in het bezit is van een te zijnen name gestelde, door het productschap voor deze verkoop verleende vergunning.