BWBR0014875
Geldig vanaf 01-06-2003
Artikel 13
Verordening regeling verkoop zoetwatervis 2003
1. De voorzitter is, namens het bestuur. belast met de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12 van deze verordening.
2. De voorzitter kan, namens het bestuur, nadere voorschriften vaststellen ter uitvoering van het bepaalde ten aanzien van:
het verbinden van voorwaarden aan de vergunning, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van deze verordening;
het verlenen van vergunningen, als bedoeld in de artikelen 6 en 7 van deze verordening;
de beoordeling over de rechtmatige beschikking over voldoende viswater, als bedoeld in artikel 8 sub c;
het intrekken van vergunningen, als bedoeld in artikel 9 van deze verordening.
3. De voorzitter kan, namens het bestuur, voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 van deze verordening. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen, namens het bestuur, voorschriften worden verbonden bij welker niet, niet tijdige of niet behoorlijke nakoming de desbetreffende ontheffing geacht wordt niet te zijn verleend. Een verleende ontheffing kan te allen tijde worden gewijzigd of ingetrokken.
2. De voorzitter kan, namens het bestuur, nadere voorschriften vaststellen ter uitvoering van het bepaalde ten aanzien van:
het verbinden van voorwaarden aan de vergunning, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van deze verordening;
het verlenen van vergunningen, als bedoeld in de artikelen 6 en 7 van deze verordening;
de beoordeling over de rechtmatige beschikking over voldoende viswater, als bedoeld in artikel 8 sub c;
het intrekken van vergunningen, als bedoeld in artikel 9 van deze verordening.
3. De voorzitter kan, namens het bestuur, voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 van deze verordening. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen, namens het bestuur, voorschriften worden verbonden bij welker niet, niet tijdige of niet behoorlijke nakoming de desbetreffende ontheffing geacht wordt niet te zijn verleend. Een verleende ontheffing kan te allen tijde worden gewijzigd of ingetrokken.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014875
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl