BWBR0014875
Geldig vanaf 01-06-2003
Artikel 8
Verordening regeling verkoop zoetwatervis 2003
Een vergunning vervalt:
a. indien de vergunninghouder overlijdt;
b. indien de vergunninghouder, anders dan door overmacht, gedurende een jaar zijn bedrijf ononderbroken heeft gestaakt;
c. zodra de vergunninghouder niet meer op rechtmatige wijze de beschikking heeft over naar het oordeel van het productschap voldoende viswater;
d. zodra de vergunninghouder schriftelijk aan het productschap heeft kennis gegeven, dat hij afstand doet van de hem verleende vergunning, dan wel het bedrijf heeft beëindigd.
a. indien de vergunninghouder overlijdt;
b. indien de vergunninghouder, anders dan door overmacht, gedurende een jaar zijn bedrijf ononderbroken heeft gestaakt;
c. zodra de vergunninghouder niet meer op rechtmatige wijze de beschikking heeft over naar het oordeel van het productschap voldoende viswater;
d. zodra de vergunninghouder schriftelijk aan het productschap heeft kennis gegeven, dat hij afstand doet van de hem verleende vergunning, dan wel het bedrijf heeft beëindigd.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014875
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl