BWBR0015527
Geldig vanaf 2003-09-07
Artikel 18
Uitvoeringsregeling E.G.-verordening gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten
1. Artikel 16is niet van toepassing op:
a. een biogasinstallatie of composteerinstallatie waarin uitsluitend mest of categorie 3-materiaal als grondstof wordt verwerkt;
b. een oleochemisch bedrijf dat zowel van categorie 2-materiaal als van categorie 3-materiaal verkregen vet verwerkt;
c. een technisch bedrijf voor vervaardiging van verwerkte mest, mits de installatie of het bedrijf door de Minister is erkend en de installatie of het bedrijf sinds 1 november 2002 overeenkomstig de in het tweede lid genoemde voorwaarden in gebruik is.
2. Indien:
a. het een biogasinstallatie betreft, is voldaan aan bijlage VI, hoofdstuk II, onder B, is de installatie uitgerust overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van verordening (EG) nr. 810/2003 en is voldaan aan artikel 1, derde lid, van die verordening;
b. het een composteerinstallatie betreft, is voldaan aan bijlage VI, hoofdstuk II, onder B, is de installatie uitgerust overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van verordening (EG) nr. 809/2003 en is voldaan aan artikel 1, derde lid, van die verordening;
c. het een oleochemisch bedrijf betreft, wordt in het bedrijf een methode toegepast voor monitoring en controle op kritische controlepunten op basis van het gebruikte procédé en wordt overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van beschikking (EG) nr. 2003/326 gehandeld;
d. het een technisch bedrijf betreft,is het bedrijf sinds 1 november 2002 tot de inwerkingtreding van deze regeling op grond van artikel 11.6 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten geregistreerd en is voldaan aan bijlage VIII, hoofdstuk III, punt 5, met dien verstande dat onderdeel b van punt 5 niet van toepassing is.
3. De in het eerste lid bedoelde erkenning alsmede de in artikel 17, zesde en zevende lid, bedoelde erkenning, vervalt indien de installatie of het bedrijf wordt uitgebreid of de werkzaamheden worden gewijzigd.
4. Het eerste lid is van toepassing tot:
a. 1 januari 2005, voor zover het een biogas- of composteerinstallatie of een technisch bedrijf betreft;
b. 1 november 2005, voor zover het een oleochemisch bedrijf betreft.
5. De in het eerste lid bedoelde erkenning wordt binnen 1 maand na de inwerkingtreding van deze regeling aangevraagd bij de VWA.
6. Met de erkenning, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld, indien het een technisch bedrijf betreft, een vóór de inwerkingtreding van de regeling op grond van artikel 11.6 van de Regeling keuring en handel dierlijke productenverrichte registratie voor desbetreffend technisch product, mits de registratie op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet is doorgehaald.
7. In zoverre in afwijking van het eerste lid is het vanaf de inwerkingtreding van deze regeling voor een tijdvak van 3 maanden toegestaan een biogasinstallatie, composteerinstallatie of oleochemisch bedrijf als bedoeld in dat lid in werking te hebben zonder dat daarvoor een erkenning als bedoeld in het eerste lid is verleend.
a. een biogasinstallatie of composteerinstallatie waarin uitsluitend mest of categorie 3-materiaal als grondstof wordt verwerkt;
b. een oleochemisch bedrijf dat zowel van categorie 2-materiaal als van categorie 3-materiaal verkregen vet verwerkt;
c. een technisch bedrijf voor vervaardiging van verwerkte mest, mits de installatie of het bedrijf door de Minister is erkend en de installatie of het bedrijf sinds 1 november 2002 overeenkomstig de in het tweede lid genoemde voorwaarden in gebruik is.
2. Indien:
a. het een biogasinstallatie betreft, is voldaan aan bijlage VI, hoofdstuk II, onder B, is de installatie uitgerust overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van verordening (EG) nr. 810/2003 en is voldaan aan artikel 1, derde lid, van die verordening;
b. het een composteerinstallatie betreft, is voldaan aan bijlage VI, hoofdstuk II, onder B, is de installatie uitgerust overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van verordening (EG) nr. 809/2003 en is voldaan aan artikel 1, derde lid, van die verordening;
c. het een oleochemisch bedrijf betreft, wordt in het bedrijf een methode toegepast voor monitoring en controle op kritische controlepunten op basis van het gebruikte procédé en wordt overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van beschikking (EG) nr. 2003/326 gehandeld;
d. het een technisch bedrijf betreft,is het bedrijf sinds 1 november 2002 tot de inwerkingtreding van deze regeling op grond van artikel 11.6 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten geregistreerd en is voldaan aan bijlage VIII, hoofdstuk III, punt 5, met dien verstande dat onderdeel b van punt 5 niet van toepassing is.
3. De in het eerste lid bedoelde erkenning alsmede de in artikel 17, zesde en zevende lid, bedoelde erkenning, vervalt indien de installatie of het bedrijf wordt uitgebreid of de werkzaamheden worden gewijzigd.
4. Het eerste lid is van toepassing tot:
a. 1 januari 2005, voor zover het een biogas- of composteerinstallatie of een technisch bedrijf betreft;
b. 1 november 2005, voor zover het een oleochemisch bedrijf betreft.
5. De in het eerste lid bedoelde erkenning wordt binnen 1 maand na de inwerkingtreding van deze regeling aangevraagd bij de VWA.
6. Met de erkenning, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld, indien het een technisch bedrijf betreft, een vóór de inwerkingtreding van de regeling op grond van artikel 11.6 van de Regeling keuring en handel dierlijke productenverrichte registratie voor desbetreffend technisch product, mits de registratie op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet is doorgehaald.
7. In zoverre in afwijking van het eerste lid is het vanaf de inwerkingtreding van deze regeling voor een tijdvak van 3 maanden toegestaan een biogasinstallatie, composteerinstallatie of oleochemisch bedrijf als bedoeld in dat lid in werking te hebben zonder dat daarvoor een erkenning als bedoeld in het eerste lid is verleend.