BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 11.6
Regeling keuring en handel dierlijke producten
1. Registratie van een inrichting als bedoeld in artikel 11.3, vindt plaats, indien de inrichting zich ertoe heeft verbonden:
a. een administratie te voeren waarin tenminste de leveringen van de in artikel 11.2 genoemde overige dierlijke produkten en de verdere bestemming hiervan zijn vermeld en alle op deze produkten betrekking hebbende bescheiden zijn opgenomen;
b. de vorenbedoelde administratie tenminste drie jaren te bewaren;
c. er zorg voor te dragen dat elke partij vergezeld gaat van de voorgeschreven certificaten of documenten, en
d. er zorg voor te dragen dat, overeenkomstig hetgeen de minister daaromtrent heeft bepaald, in de inrichting de voorschriften van artikel 4, tweede lid van richtlijn 92/118/EEG worden nageleefd, en
e. dat in de inrichting, voor zover van toepassing, de aanwijzingen van de toezichthoudende ambtenaar worden opgevolgd en deze alle medewerking wordt verleend die deze redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taken in het kader van dit hoofdstuk noodzakelijk acht aan deze ambtenaar wordt desgevraagd toegang verleend tot het gehele bedrijf.
2. De minister houdt een register bij van de in artikel 11.3, bedoelde inrichtingen, tenzij hij een door een andere instantie beheerd register als zodanig heeft aangewezen.
3. Indien is gebleken dat de exploitant of de beheerder van de inrichting de in het eerste lid bedoelde voorschriften niet of niet meer naleeft, kan de minister beslissen tot doorhaling, dan wel niet-erkenning van diens registratie. Doorhaling dan wel niet-erkenning geschiedt niet dan na voorafgaande waarschuwing en na het verstrijken van een daarbij te stellen termijn, waarbinnen aan de desbetreffende voorschriften moet worden voldaan.
4. De aanvraag voor erkenning wordt ingediend bij de VWA met een daartoe bestemd aanvraagformulier.
a. een administratie te voeren waarin tenminste de leveringen van de in artikel 11.2 genoemde overige dierlijke produkten en de verdere bestemming hiervan zijn vermeld en alle op deze produkten betrekking hebbende bescheiden zijn opgenomen;
b. de vorenbedoelde administratie tenminste drie jaren te bewaren;
c. er zorg voor te dragen dat elke partij vergezeld gaat van de voorgeschreven certificaten of documenten, en
d. er zorg voor te dragen dat, overeenkomstig hetgeen de minister daaromtrent heeft bepaald, in de inrichting de voorschriften van artikel 4, tweede lid van richtlijn 92/118/EEG worden nageleefd, en
e. dat in de inrichting, voor zover van toepassing, de aanwijzingen van de toezichthoudende ambtenaar worden opgevolgd en deze alle medewerking wordt verleend die deze redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taken in het kader van dit hoofdstuk noodzakelijk acht aan deze ambtenaar wordt desgevraagd toegang verleend tot het gehele bedrijf.
2. De minister houdt een register bij van de in artikel 11.3, bedoelde inrichtingen, tenzij hij een door een andere instantie beheerd register als zodanig heeft aangewezen.
3. Indien is gebleken dat de exploitant of de beheerder van de inrichting de in het eerste lid bedoelde voorschriften niet of niet meer naleeft, kan de minister beslissen tot doorhaling, dan wel niet-erkenning van diens registratie. Doorhaling dan wel niet-erkenning geschiedt niet dan na voorafgaande waarschuwing en na het verstrijken van een daarbij te stellen termijn, waarbinnen aan de desbetreffende voorschriften moet worden voldaan.
4. De aanvraag voor erkenning wordt ingediend bij de VWA met een daartoe bestemd aanvraagformulier.