BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 4.7
Regeling keuring en handel dierlijke producten
1. Vers vlees van pluimvee mag niet voor menselijke consumptie ongeschikt zijn verklaard en geen tekenen van bederf of ondeugdelijkheid vertonen.
2. Onverminderd artikel 4.4, eerste lid, onderdeel d, wordt vers vlees van kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden of ganzen door de minister voor menselijke consumptie ongeschikt verklaard, indien:
a. het vlees tekortkomingen vertoont als bedoeld in hoofdstuk IX, punt 53, onderdeel a, van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG;
b. door de minister na onderzoek in geval van verdenking is geconstateerd dat het vlees sporen van residuen vertoont in hoeveelheden die, indien ter zake ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap een besluit is genomen, de vastgestelde maximumwaarden overschrijden, of indien het vlees afkomstig is van een koppel pluimvee waarvan ander vlees dat onder technologisch vergelijkbare omstandigheden is verkregen, op een dergelijke wijze is behandeld, met dien verstande dat de minister voorts maatregelen kan nemen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, laatste alinea, van richtlijn 71/118/EEG;
c. het vlees is behandeld met antibiotica, hormonen, ß-agonisten, malsmakers of conserveermiddelen, voor zover deze middelen niet zijn toegelaten krachtens de Diergeneesmiddelenwet of de Warenwet, met waterretentiebevorderende agentia of, tenzij deze behandeling ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap is toegelaten, met ioniserende of ultraviolette stralen, of indien het afkomstig is van een koppel pluimvee waarvan ander vlees dat onder technologisch vergelijkbare omstandigheden is verkregen, op een dergelijke wijze is behandeld.
3. Onverminderd artikel 4.4, eerste lid, onderdeel d, wordt vers vlees van gekweekt vederwild door de minister voor menselijke consumptie ongeschikt verklaard, indien het:
a. een van de gebreken vertoont, onderscheidenlijk een behandeling heeft ondergaan als bedoeld in artikel 13, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel c, van richtlijn 91/495/EEG;
b. voor zover ter zake op grond van artikel 13, onderdeel b, van richtlijn 91/495/EEG een besluit is genomen, afkomstig is van dieren waaraan stoffen zijn toegediend waardoor het vlees gevaarlijk of schadelijk kan worden voor de volksgezondheid.
2. Onverminderd artikel 4.4, eerste lid, onderdeel d, wordt vers vlees van kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden of ganzen door de minister voor menselijke consumptie ongeschikt verklaard, indien:
a. het vlees tekortkomingen vertoont als bedoeld in hoofdstuk IX, punt 53, onderdeel a, van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG;
b. door de minister na onderzoek in geval van verdenking is geconstateerd dat het vlees sporen van residuen vertoont in hoeveelheden die, indien ter zake ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap een besluit is genomen, de vastgestelde maximumwaarden overschrijden, of indien het vlees afkomstig is van een koppel pluimvee waarvan ander vlees dat onder technologisch vergelijkbare omstandigheden is verkregen, op een dergelijke wijze is behandeld, met dien verstande dat de minister voorts maatregelen kan nemen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, laatste alinea, van richtlijn 71/118/EEG;
c. het vlees is behandeld met antibiotica, hormonen, ß-agonisten, malsmakers of conserveermiddelen, voor zover deze middelen niet zijn toegelaten krachtens de Diergeneesmiddelenwet of de Warenwet, met waterretentiebevorderende agentia of, tenzij deze behandeling ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap is toegelaten, met ioniserende of ultraviolette stralen, of indien het afkomstig is van een koppel pluimvee waarvan ander vlees dat onder technologisch vergelijkbare omstandigheden is verkregen, op een dergelijke wijze is behandeld.
3. Onverminderd artikel 4.4, eerste lid, onderdeel d, wordt vers vlees van gekweekt vederwild door de minister voor menselijke consumptie ongeschikt verklaard, indien het:
a. een van de gebreken vertoont, onderscheidenlijk een behandeling heeft ondergaan als bedoeld in artikel 13, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel c, van richtlijn 91/495/EEG;
b. voor zover ter zake op grond van artikel 13, onderdeel b, van richtlijn 91/495/EEG een besluit is genomen, afkomstig is van dieren waaraan stoffen zijn toegediend waardoor het vlees gevaarlijk of schadelijk kan worden voor de volksgezondheid.