BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 2.14
Regeling keuring en handel dierlijke producten
1. Indien uit de certificaten of documenten, bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, onderdeel b, blijkt dat de een uit een derde land afkomstige partij bestemd is voor een derde land, geschiedt het vervoer onder douanetoezicht tot op de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten in verzegelde voertuigen of verzegelde containers en zonder splitsing of, tenzij de partij overeenkomstig het tweede lid wordt opgeslagen, lossing van de partij.
2. Op de in het eerste lid bedoelde partij zijn de artikelen 2.23, 2.23a, 2.23cen 2.23 evan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het certificaat, bedoeld in artikel 2.23c, tweede lid, onderdeel a, respectievelijk 2.23c, vierde lid, voor de toepassing van dit artikellid een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst is als bedoeld in verordening 136/2004/EGen dat opslag in een van de in artikel 2.23genoemde opslagruimten is toegestaan, mits elders geen opslag heeft plaatsgevonden.
2. Op de in het eerste lid bedoelde partij zijn de artikelen 2.23, 2.23a, 2.23cen 2.23 evan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het certificaat, bedoeld in artikel 2.23c, tweede lid, onderdeel a, respectievelijk 2.23c, vierde lid, voor de toepassing van dit artikellid een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst is als bedoeld in verordening 136/2004/EGen dat opslag in een van de in artikel 2.23genoemde opslagruimten is toegestaan, mits elders geen opslag heeft plaatsgevonden.