BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 9.12
Regeling keuring en handel dierlijke producten
1. De exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond van artikel 9.10 erkende of erkend geachte werkplaats:
a. draagt er zorg voor dat in de werkplaats wordt voldaan aan de artikelen 3 en 6 van Richtlijn nr. 93/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 inzake levensmiddelenhygiëne (PbEG L 175) en controleert constant op de naleving van die artikelen;
b. controleert de grondstoffen die de werkplaats worden binnengebracht, teneinde ten aanzien van het eindprodukt de naleving van bijlage II van richtlijn 94/65/EG te waarborgen;
c. controleert de in de werkplaats gehanteerde reinigings- en ontsmettingsmethoden;
d. neemt in de werkplaats monsters en draagt er zorg voor dat deze monsters volgens de van toepassing zijnde ISO- of ontwerp-ISO-normen worden geanalyseerd;
e. registreert op enigerlei wijze de gegevens met betrekking tot de activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met d;
f. bewaart de in onderdeel e bedoelde gegevens: voor zover de gegevens betrekking hebben op gekoelde produkten, gedurende ten minste zes maanden na de uiterste verbruiksdatum van die produkten, of
voor zover de gegevens betrekking hebben op andere dan gekoelde produkten, gedurende ten minste twee jaar;
voor zover de gegevens betrekking hebben op gekoelde produkten, gedurende ten minste zes maanden na de uiterste verbruiksdatum van die produkten, of
voor zover de gegevens betrekking hebben op andere dan gekoelde produkten, gedurende ten minste twee jaar;
g. verstrekt desverlangd aan de keuringsdierenarts of diens assistent de in onderdeel e bedoelde gegevens;
h. biedt de keuringsdierenarts of diens assistent de nodige garanties ten aanzien van het beheer van de keurmerken en de etiketten waarop het keurmerk is aangebracht;
i. informeert de keuringsdierenarts of diens assistent, indien op grond van de in onderdeel e bedoelde gegevens een ernstig gevaar voor de gezondheid wordt vastgesteld;
j. neemt, in geval van een onmiddellijk gevaar voor de volksgezondheid, de hoeveelheid produkten die onder technologisch vergelijkbare omstandigheden zijn verkregen en hetzelfde gevaar kunnen opleveren, uit de handel, waarna die produkten onder toezicht en veranwoordelijkheid van de keuringsdierenarts blijven, totdat zij worden vernietigd, voor andere doeleinden dan menselijke consumptie worden gebruikt, dan wel na toestemming van vorenbedoelde keuringsdierenarts op passende wijze opnieuw worden behandeld teneinde de veiligheid van die produkten te waarborgen;
k. vermeldt op de eindverpakking van het produkt zichtbaar en leesbaar bij welke temperatuur het produkt moet worden vervoerd en opgeslagen, alsmede de houdbaarheidsdatum indien het produkt is diepgevroren, dan wel de uiterste verbruiksdatum indien het produkt is gekoeld;
l. zet, tenzij het personeel van de werkplaats reeds over voldoende kwalificaties beschikt, hetgeen blijkt uit diploma's of andere bewijsstukken van gevolgde opleidingen die desverlangd door het personeel aan de keuringsdierenarts worden overlegd, een opleidingsprogramma op dat het personeel van de werkplaats in staat stelt te voldoen aan de voor de betrokken produktiestructuur van de werkplaats van toepassing zijnde voorschriften inzake hygiënische produktie;
m. betrekt de keuringsdierenarts die voor de werkplaats verantwoordelijk is bij het opzetten en uitvoeren van het in onderdeel I bedoelde programma en bij het opstellen van de eisen inzake zelfcontrole;
n. laat op de eindprodukten microbiologisch onderzoek uitvoeren, welk onderzoek: 1º. dagelijks, indien het eindprodukt voldoet aan artikel 3 van richtlijn 94/65/EG, dan wel
2º. ten minste wekelijks, indien het eindprodukt voldoet aan artikel 4 van richtlijn 94/65/EG, plaatsvindt in de werkplaats, mits deze door de minister is erkend, of in een erkend laboratorium;
1º. dagelijks, indien het eindprodukt voldoet aan artikel 3 van richtlijn 94/65/EG, dan wel
2º. ten minste wekelijks, indien het eindprodukt voldoet aan artikel 4 van richtlijn 94/65/EG, plaatsvindt in de werkplaats, mits deze door de minister is erkend, of in een erkend laboratorium;
o. treft overigens alle maatregelen die nodig zijn voor de naleving van de bepalingen van richtlijn 94/65/EG in ieder stadium van de produktie.
2. De in het eerste lid bedoelde controles en maatregelen worden uitgevoerd overeenkomstig bij beschikking van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 7, vijfde lid, van richtlijn 94/65/EGvastgestelde voorschriften, dan wel, zolang bedoelde beschikking nog niet is vastgesteld, overeenkomstig hetgeen de minister daaromtrent heeft bepaald.
3. Voor zover ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde controles microbiologisch onderzoek wordt verricht, geschiedt dit overeenkomstig artikel 7, derde lid, van richtlijn 94/65/EG.
a. draagt er zorg voor dat in de werkplaats wordt voldaan aan de artikelen 3 en 6 van Richtlijn nr. 93/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 inzake levensmiddelenhygiëne (PbEG L 175) en controleert constant op de naleving van die artikelen;
b. controleert de grondstoffen die de werkplaats worden binnengebracht, teneinde ten aanzien van het eindprodukt de naleving van bijlage II van richtlijn 94/65/EG te waarborgen;
c. controleert de in de werkplaats gehanteerde reinigings- en ontsmettingsmethoden;
d. neemt in de werkplaats monsters en draagt er zorg voor dat deze monsters volgens de van toepassing zijnde ISO- of ontwerp-ISO-normen worden geanalyseerd;
e. registreert op enigerlei wijze de gegevens met betrekking tot de activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met d;
f. bewaart de in onderdeel e bedoelde gegevens: voor zover de gegevens betrekking hebben op gekoelde produkten, gedurende ten minste zes maanden na de uiterste verbruiksdatum van die produkten, of
voor zover de gegevens betrekking hebben op andere dan gekoelde produkten, gedurende ten minste twee jaar;
voor zover de gegevens betrekking hebben op gekoelde produkten, gedurende ten minste zes maanden na de uiterste verbruiksdatum van die produkten, of
voor zover de gegevens betrekking hebben op andere dan gekoelde produkten, gedurende ten minste twee jaar;
g. verstrekt desverlangd aan de keuringsdierenarts of diens assistent de in onderdeel e bedoelde gegevens;
h. biedt de keuringsdierenarts of diens assistent de nodige garanties ten aanzien van het beheer van de keurmerken en de etiketten waarop het keurmerk is aangebracht;
i. informeert de keuringsdierenarts of diens assistent, indien op grond van de in onderdeel e bedoelde gegevens een ernstig gevaar voor de gezondheid wordt vastgesteld;
j. neemt, in geval van een onmiddellijk gevaar voor de volksgezondheid, de hoeveelheid produkten die onder technologisch vergelijkbare omstandigheden zijn verkregen en hetzelfde gevaar kunnen opleveren, uit de handel, waarna die produkten onder toezicht en veranwoordelijkheid van de keuringsdierenarts blijven, totdat zij worden vernietigd, voor andere doeleinden dan menselijke consumptie worden gebruikt, dan wel na toestemming van vorenbedoelde keuringsdierenarts op passende wijze opnieuw worden behandeld teneinde de veiligheid van die produkten te waarborgen;
k. vermeldt op de eindverpakking van het produkt zichtbaar en leesbaar bij welke temperatuur het produkt moet worden vervoerd en opgeslagen, alsmede de houdbaarheidsdatum indien het produkt is diepgevroren, dan wel de uiterste verbruiksdatum indien het produkt is gekoeld;
l. zet, tenzij het personeel van de werkplaats reeds over voldoende kwalificaties beschikt, hetgeen blijkt uit diploma's of andere bewijsstukken van gevolgde opleidingen die desverlangd door het personeel aan de keuringsdierenarts worden overlegd, een opleidingsprogramma op dat het personeel van de werkplaats in staat stelt te voldoen aan de voor de betrokken produktiestructuur van de werkplaats van toepassing zijnde voorschriften inzake hygiënische produktie;
m. betrekt de keuringsdierenarts die voor de werkplaats verantwoordelijk is bij het opzetten en uitvoeren van het in onderdeel I bedoelde programma en bij het opstellen van de eisen inzake zelfcontrole;
n. laat op de eindprodukten microbiologisch onderzoek uitvoeren, welk onderzoek: 1º. dagelijks, indien het eindprodukt voldoet aan artikel 3 van richtlijn 94/65/EG, dan wel
2º. ten minste wekelijks, indien het eindprodukt voldoet aan artikel 4 van richtlijn 94/65/EG, plaatsvindt in de werkplaats, mits deze door de minister is erkend, of in een erkend laboratorium;
1º. dagelijks, indien het eindprodukt voldoet aan artikel 3 van richtlijn 94/65/EG, dan wel
2º. ten minste wekelijks, indien het eindprodukt voldoet aan artikel 4 van richtlijn 94/65/EG, plaatsvindt in de werkplaats, mits deze door de minister is erkend, of in een erkend laboratorium;
o. treft overigens alle maatregelen die nodig zijn voor de naleving van de bepalingen van richtlijn 94/65/EG in ieder stadium van de produktie.
2. De in het eerste lid bedoelde controles en maatregelen worden uitgevoerd overeenkomstig bij beschikking van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 7, vijfde lid, van richtlijn 94/65/EGvastgestelde voorschriften, dan wel, zolang bedoelde beschikking nog niet is vastgesteld, overeenkomstig hetgeen de minister daaromtrent heeft bepaald.
3. Voor zover ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde controles microbiologisch onderzoek wordt verricht, geschiedt dit overeenkomstig artikel 7, derde lid, van richtlijn 94/65/EG.