BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 5.15
Regeling keuring en handel dierlijke producten
1. De minister schort een op grond van artikel 5.13verleende erkenning, dan wel een erkenning of ontheffing als bedoeld in artikel 12.6, tweede, onderscheidenlijk derde lid, tijdelijk op indien de keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de voorschriften, bedoeld in de artikelen 5.13en 5.14, niet of slechts gedeeltelijk worden nageleefd en indien de keuringsdierenarts is gebleken dat de in hoofdstuk V, punt 5, tweede alinea, van bijlage I van richtlijn 92/45/EEGbedoelde maatregelen onvoldoende zijn om dit te verhelpen. Opschorting geschiedt niet dan na voorafgaande waarschuwing en na het verstrijken van een daarbij te stellen termijn, waarbinnen alsnog aan voornoemde voorschriften dient te zijn voldaan.
2. Indien blijkt dat de exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van de vrij-wildverwerkingsinrichting de geconstateerde gebreken na opschorting niet alsnog binnen een daartoe gestelde termijn verhelpt, trekt de minister de erkenning, onderscheidenlijk ontheffing, in.
2. Indien blijkt dat de exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van de vrij-wildverwerkingsinrichting de geconstateerde gebreken na opschorting niet alsnog binnen een daartoe gestelde termijn verhelpt, trekt de minister de erkenning, onderscheidenlijk ontheffing, in.