BWBR0016044
Geldig vanaf 01-01-2004
Artikel 2
Nadere regeling gedragstoezicht beleggingsinstellingen
1. De beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, stellen beleid vast met betrekking tot de wijze waarop zij de (schijn van) verstrengeling tegengaan van privé-belangen van bestuurders, van de personen die het beleid van de beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, mede bepalen, van overige personen die middellijk of onmiddellijk bevoegd zijn bestuurders van de beleggingsinstelling respectievelijk de bewaarder te benoemen of te ontslaan, van haar personeelsleden of van andere personen die in opdracht van de beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, op structurele basis werkzaamheden voor haar verrichten, met de belangen van de beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, met die van de deelnemers, van belangen van de deelnemers onderling of met de verstrengeling van belangen van de beleggingsinstelling met de belangen van de bewaarder. Het beleid betreft in ieder geval:
a. het schriftelijk vastleggen van de normen en regels ten aanzien van het tegengaan van belangenverstrengeling;
b. het bevorderen van een cultuur waarin het bewustzijn ten opzichte van het tegengaan van belangenverstrengeling op een hoog niveau staat;
c. het bekendmaken van de normen en regels aan alle relevante geledingen van de beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden.
2. De beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, dragen zorg voor de uitwerking en implementatie van het beleid in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen. Deze procedures en maatregelen zijn geïntegreerd in de bedrijfsprocessen en dragen bij aan een integriteitsbewuste bedrijfscultuur.
3. De beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, dragen zorg voor een systematisch toezicht op de naleving van organisatorische en administratieve procedures en maatregelen.
a. het schriftelijk vastleggen van de normen en regels ten aanzien van het tegengaan van belangenverstrengeling;
b. het bevorderen van een cultuur waarin het bewustzijn ten opzichte van het tegengaan van belangenverstrengeling op een hoog niveau staat;
c. het bekendmaken van de normen en regels aan alle relevante geledingen van de beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden.
2. De beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, dragen zorg voor de uitwerking en implementatie van het beleid in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen. Deze procedures en maatregelen zijn geïntegreerd in de bedrijfsprocessen en dragen bij aan een integriteitsbewuste bedrijfscultuur.
3. De beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, dragen zorg voor een systematisch toezicht op de naleving van organisatorische en administratieve procedures en maatregelen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016044
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl