BWBR0016044
Geldig vanaf 01-01-2004
Artikel 4
Nadere regeling gedragstoezicht beleggingsinstellingen
1. Een beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, stellen beleid vast ter zake van de omgang met incidenten als bedoeld in artikel 15c, onder a, van het besluit. Het beleid omvat ten minste:
a. de administratieve vastlegging van incidenten;
b. de wijze van afhandeling van incidenten;
c. de informatieverstrekking over incidenten.
2. De beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, dragen zorg voor de uitwerking en implementatie van het beleid in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen. Deze procedures en maatregelen zijn geïntegreerd in de bedrijfsprocessen en dragen bij aan een integriteitsbewuste bedrijfscultuur.
3. De beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, zorgen voor administratieve vastlegging van incidenten die ten minste omvat de kenmerken van het incident, gegevens over degene of degenen die het incident heeft of hebben bewerkstelligd, en de maatregelen die naar aanleiding van het incident zijn genomen.
4. De beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, nemen naar aanleiding van een incident passende maatregelen. Deze maatregelen zijn ten minste gericht op:
a. beheersing van het optredende risico;
b. bevestiging van de geldende normen;
c. beperking van negatieve interne en externe effecten van het incident.
5. De beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, informeren de Autoriteit Financiële Markten onverwijld omtrent incidenten indien:
a. aangifte van een incident bij justitiële autoriteiten zal plaatsvinden of is gedaan;
b. het voortbestaan van de beleggingsinstelling wordt bedreigd of zou kunnen worden bedreigd;
c. sprake is van een ernstige tekortkoming in de opzet en werking van de maatregelen ter bevordering of handhaving van een integere bedrijfsvoering door de beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden;
d. mede gelet op verwachte publiciteit rekening behoort te worden gehouden met een ernstige mate van reputatieschade aan de beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden; of
e. de ernst, de omvang of de overige omstandigheden van het incident in aanmerking genomen, de Autoriteit Financiële Markten in verband met haar toezichtstaak redelijkerwijs behoort te worden geïnformeerd.
6. De in het vijfde lid bedoelde informatie betreft ten minste:
a. de feiten en omstandigheden van het incident;
b. informatie over de functie, hoedanigheid en positie van degene of degenen die het incident heeft of hebben bewerkstelligd.
7. Op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten informeren de beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, de Autoriteit Financiële Markten over de maatregelen die naar aanleiding van het incident zijn genomen.
a. de administratieve vastlegging van incidenten;
b. de wijze van afhandeling van incidenten;
c. de informatieverstrekking over incidenten.
2. De beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, dragen zorg voor de uitwerking en implementatie van het beleid in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen. Deze procedures en maatregelen zijn geïntegreerd in de bedrijfsprocessen en dragen bij aan een integriteitsbewuste bedrijfscultuur.
3. De beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, zorgen voor administratieve vastlegging van incidenten die ten minste omvat de kenmerken van het incident, gegevens over degene of degenen die het incident heeft of hebben bewerkstelligd, en de maatregelen die naar aanleiding van het incident zijn genomen.
4. De beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, nemen naar aanleiding van een incident passende maatregelen. Deze maatregelen zijn ten minste gericht op:
a. beheersing van het optredende risico;
b. bevestiging van de geldende normen;
c. beperking van negatieve interne en externe effecten van het incident.
5. De beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, informeren de Autoriteit Financiële Markten onverwijld omtrent incidenten indien:
a. aangifte van een incident bij justitiële autoriteiten zal plaatsvinden of is gedaan;
b. het voortbestaan van de beleggingsinstelling wordt bedreigd of zou kunnen worden bedreigd;
c. sprake is van een ernstige tekortkoming in de opzet en werking van de maatregelen ter bevordering of handhaving van een integere bedrijfsvoering door de beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden;
d. mede gelet op verwachte publiciteit rekening behoort te worden gehouden met een ernstige mate van reputatieschade aan de beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden; of
e. de ernst, de omvang of de overige omstandigheden van het incident in aanmerking genomen, de Autoriteit Financiële Markten in verband met haar toezichtstaak redelijkerwijs behoort te worden geïnformeerd.
6. De in het vijfde lid bedoelde informatie betreft ten minste:
a. de feiten en omstandigheden van het incident;
b. informatie over de functie, hoedanigheid en positie van degene of degenen die het incident heeft of hebben bewerkstelligd.
7. Op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten informeren de beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, de Autoriteit Financiële Markten over de maatregelen die naar aanleiding van het incident zijn genomen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016044
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl