BWBR0017084
Geldig vanaf 01-05-2007
Artikel 6
Maatregelenbesluit UWV
1. De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting opgenomen in de vierde categorie van de ZW, de Wet WIA, de WAZ, de Wajong, de WAO en de WW: 20% gedurende 16 weken.
2. Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de verzekerde daartoe aanleiding geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 10%.
3. In afwijking van het eerste respectievelijk tweede lid, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 3°, van de WW:
a. 10% gedurende 16 weken, respectievelijk 5% gedurende 16 weken, indien de verzekerde onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig scholingsresultaat, zodat vertraging in de opleiding of scholing is ontstaan;
b. 30% gedurende 16 weken, respectievelijk 10% gedurende 16 weken, indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde deze opleiding of scholing niet aanvangt of heeft afgebroken;
c. gehele weigering van de uitkering over de volledige of resterende duur indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde volhardt in het niet of niet behoorlijk nakomen van deze verplichting;
d. gehele weigering van de uitkering over de volledige of resterende duur indien de verzekerde volhardt in het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting beschikbaar te zijn voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand en mee te werken aan het verkrijgen van die voorzieningen.
4. In afwijking van het eerste respectievelijk tweede lid, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 4°, van de WAO, WAZ en Wajong, de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 5°, van de Ziektewet en de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 6° van de WW, voor zover deze laatste verplichting betrekking heeft op de verplichting genoemd in de vierde categorie, ten 5°, van de Ziektewet:
a. 10% gedurende 16 weken, respectievelijk 5% gedurende 16 weken, indien de verzekerde onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig scholingsresultaat, zodat vertraging in de opleiding of scholing die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid, is ontstaan;
b. 30% gedurende 16 weken, respectievelijk 10% gedurende 16 weken, indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde deze opleiding of scholing die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid, niet aanvangt of heeft afgebroken;
c. gehele weigering van de uitkering over de volledige of resterende duur indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde volhardt in het niet of niet behoorlijk nakomen van deze verplichting.
5. Onder baanzekerheid als bedoeld in het derde en vierde lid wordt verstaan een baangarantie of een zodanige kans op een baan, na afronding van de opleiding of scholing, dat deze gelijk te stellen is met een baangarantie.
6. In afwijking van het eerste respectievelijk tweede lid, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel een blijvend gehele weigering van de uitkering indien de verzekerde volhardt in het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 1°, van de WAO, de WAZ en de Wajong.
2. Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de verzekerde daartoe aanleiding geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 10%.
3. In afwijking van het eerste respectievelijk tweede lid, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 3°, van de WW:
a. 10% gedurende 16 weken, respectievelijk 5% gedurende 16 weken, indien de verzekerde onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig scholingsresultaat, zodat vertraging in de opleiding of scholing is ontstaan;
b. 30% gedurende 16 weken, respectievelijk 10% gedurende 16 weken, indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde deze opleiding of scholing niet aanvangt of heeft afgebroken;
c. gehele weigering van de uitkering over de volledige of resterende duur indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde volhardt in het niet of niet behoorlijk nakomen van deze verplichting;
d. gehele weigering van de uitkering over de volledige of resterende duur indien de verzekerde volhardt in het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting beschikbaar te zijn voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand en mee te werken aan het verkrijgen van die voorzieningen.
4. In afwijking van het eerste respectievelijk tweede lid, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 4°, van de WAO, WAZ en Wajong, de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 5°, van de Ziektewet en de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 6° van de WW, voor zover deze laatste verplichting betrekking heeft op de verplichting genoemd in de vierde categorie, ten 5°, van de Ziektewet:
a. 10% gedurende 16 weken, respectievelijk 5% gedurende 16 weken, indien de verzekerde onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig scholingsresultaat, zodat vertraging in de opleiding of scholing die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid, is ontstaan;
b. 30% gedurende 16 weken, respectievelijk 10% gedurende 16 weken, indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde deze opleiding of scholing die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid, niet aanvangt of heeft afgebroken;
c. gehele weigering van de uitkering over de volledige of resterende duur indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde volhardt in het niet of niet behoorlijk nakomen van deze verplichting.
5. Onder baanzekerheid als bedoeld in het derde en vierde lid wordt verstaan een baangarantie of een zodanige kans op een baan, na afronding van de opleiding of scholing, dat deze gelijk te stellen is met een baangarantie.
6. In afwijking van het eerste respectievelijk tweede lid, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel een blijvend gehele weigering van de uitkering indien de verzekerde volhardt in het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 1°, van de WAO, de WAZ en de Wajong.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017084
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl