BWBR0017084
Geldig vanaf 01-05-2007
Artikel 7
Maatregelenbesluit UWV
1. De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in:
a. de vijfde categorie, ten 1° van de ZW, de Wet WIA, de WAZ, de Wajong en de WAO alsmede de vijfde categorie, ten 6° van de WW, voor zover deze laatste verplichting betrekking heeft op de verplichting genoemd in de vijfde categorie, ten 1°, van de ZW blijvend gehele weigering van de uitkering;
b. de vijfde categorie, ten 2° van de ZW en ten 1° van de WW alsmede de vijfde categorie, ten 6° van de WW, voor zover deze laatste verplichting betrekking heeft op de verplichting genoemd in de vijfde categorie, ten 2°, van de ZW, de gehele uitkering voor de duur dat de verzekerde aanspraak op loon zou hebben kunnen doen gelden, dan wel de dienstbetrekking zou hebben kunnen voortduren;
c. de vijfde categorie, ten 2°, 3° en 4° van de WW: dat deel van de uitkering dat niet tot uitbetaling zou komen, indien de verzekerde de bedoelde benadelingshandeling had nagelaten;
d. de vijfde categorie, ten 3° van de ZW en ten 5° van de WW alsmede de vijfde categorie, ten 6° van de WW, voor zover deze laatste verplichting betrekking heeft op de verplichting genoemd in de vijfde categorie, ten 3°, van de ZW, afhankelijk van de ernst van de gedraging of nalatigheid van de verzekerde: 1° 20% gedurende 16 weken,
2° 30% gedurende 26 weken,
3° de gehele uitkering over de volledige of resterende uitkeringsduur;
1° 20% gedurende 16 weken,
2° 30% gedurende 26 weken,
3° de gehele uitkering over de volledige of resterende uitkeringsduur;
e. de vijfde categorie, ten 2°, van de Wet WIA: de gehele uitkering voor de duur dat de dienstbetrekking zou hebben kunnen voortduren, doch ten hoogste voor de duur van het tijdvak, bedoeld in artikel 25, negende lid, van de Wet WIA;
f. de vijfde categorie, ten 3° en ten 4°, van de Wet WIA: dat deel van de uitkering dat niet tot uitbetaling zou komen indien de verzekerde de bedoelde verplichting wel zou zijn nagekomen.
2. Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de verzekerde daartoe aanleiding geeft, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel:
a. bedoeld in het eerste lid, onder a: 30% gedurende 26 weken;
b. bedoeld in het eerste lid, onder b: 30% gedurende de daar bedoelde termijn;
c. bedoeld in het eerste lid, onder c: 30% van het daar bedoelde deel van de uitkering;
d. bedoeld in het eerste lid, onder d, ten 1°: 10% gedurende 16 weken;
e. bedoeld in het eerste lid, onder d, ten 2°: 20% gedurende 16 weken;
f. bedoeld in het eerste lid, onder d, ten 3°: 30% gedurende 26 weken;
g. bedoeld in het eerste lid, onder e: 30% gedurende de daar bedoelde termijn;
h. bedoeld in het eerste lid, onder f: 30% van het daar bedoelde deel van de uitkering.
a. de vijfde categorie, ten 1° van de ZW, de Wet WIA, de WAZ, de Wajong en de WAO alsmede de vijfde categorie, ten 6° van de WW, voor zover deze laatste verplichting betrekking heeft op de verplichting genoemd in de vijfde categorie, ten 1°, van de ZW blijvend gehele weigering van de uitkering;
b. de vijfde categorie, ten 2° van de ZW en ten 1° van de WW alsmede de vijfde categorie, ten 6° van de WW, voor zover deze laatste verplichting betrekking heeft op de verplichting genoemd in de vijfde categorie, ten 2°, van de ZW, de gehele uitkering voor de duur dat de verzekerde aanspraak op loon zou hebben kunnen doen gelden, dan wel de dienstbetrekking zou hebben kunnen voortduren;
c. de vijfde categorie, ten 2°, 3° en 4° van de WW: dat deel van de uitkering dat niet tot uitbetaling zou komen, indien de verzekerde de bedoelde benadelingshandeling had nagelaten;
d. de vijfde categorie, ten 3° van de ZW en ten 5° van de WW alsmede de vijfde categorie, ten 6° van de WW, voor zover deze laatste verplichting betrekking heeft op de verplichting genoemd in de vijfde categorie, ten 3°, van de ZW, afhankelijk van de ernst van de gedraging of nalatigheid van de verzekerde: 1° 20% gedurende 16 weken,
2° 30% gedurende 26 weken,
3° de gehele uitkering over de volledige of resterende uitkeringsduur;
1° 20% gedurende 16 weken,
2° 30% gedurende 26 weken,
3° de gehele uitkering over de volledige of resterende uitkeringsduur;
e. de vijfde categorie, ten 2°, van de Wet WIA: de gehele uitkering voor de duur dat de dienstbetrekking zou hebben kunnen voortduren, doch ten hoogste voor de duur van het tijdvak, bedoeld in artikel 25, negende lid, van de Wet WIA;
f. de vijfde categorie, ten 3° en ten 4°, van de Wet WIA: dat deel van de uitkering dat niet tot uitbetaling zou komen indien de verzekerde de bedoelde verplichting wel zou zijn nagekomen.
2. Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de verzekerde daartoe aanleiding geeft, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel:
a. bedoeld in het eerste lid, onder a: 30% gedurende 26 weken;
b. bedoeld in het eerste lid, onder b: 30% gedurende de daar bedoelde termijn;
c. bedoeld in het eerste lid, onder c: 30% van het daar bedoelde deel van de uitkering;
d. bedoeld in het eerste lid, onder d, ten 1°: 10% gedurende 16 weken;
e. bedoeld in het eerste lid, onder d, ten 2°: 20% gedurende 16 weken;
f. bedoeld in het eerste lid, onder d, ten 3°: 30% gedurende 26 weken;
g. bedoeld in het eerste lid, onder e: 30% gedurende de daar bedoelde termijn;
h. bedoeld in het eerste lid, onder f: 30% van het daar bedoelde deel van de uitkering.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017084
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl