BWBR0018249
Geldig vanaf 29-05-2005
Artikel 15
Regeling Cliëntenparticipatie SVB
1. Het overleg, bedoeld in artikel 6, eerste lid, vindt ten minste vier keer per jaar in een vergadering plaats. Leden zijn verplicht om de vergadering bij te wonen.
2. Bij spoedeisende adviezen over belangrijke besluiten bedoeld in het derde lid van artikel 7 vinden binnen een door de Raad van bestuur te stellen termijn tussentijds overleg en advisering plaats.
3. De oproeping tot een vergadering geschiedt door middel van een schriftelijke uitnodiging namens de voorzitter. De uitnodiging bevat plaats en tijdstip van de vergadering en gaat vergezeld van een vergaderagenda en de daarop betrekking hebbende stukken. Toezending vindt plaats ten minste één week voor de vergadering.
4. De vergaderagenda wordt door de voorzitter vastgesteld.
5. Ieder lid van de Cliëntenraad SVB bezit agenderingsbevoegdheid en kan de voorzitter schriftelijk verzoeken een vergadering bijeen te roepen. De voorzitter beoordeelt het verzoek en beslist daarover.
6. Indien de in het derde lid bedoelde stukken ingebracht worden door een lid, een werkgroep of commissie dan wel door de voorzitter, dan vindt uiterlijk twee weken voor de vergadering toezending daarvan plaats aan de ambtelijk secretaris.
7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Bij afwezigheid van de voorzitter kiezen de leden uit hun midden een vervangende voorzitter. De tweede volzin van artikel 14, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
8. De vergaderingen worden bijgewoond door een lid van de Raad van bestuur en, tenzij de Cliëntenraad SVB anders beslist, zonodig door een of meer deskundigen van de SVB. De ter advisering aan de Cliëntenraad voorgelegde besluiten, bedoeld in het derde lid van artikel 7, worden ter vergadering toegelicht door of namens het hoofd van de Afdeling Recht & Beleid van de SVB.
9. Van de vergadering wordt door de ambtelijk secretaris een schriftelijk verslag gemaakt. Dit verslag wordt in de eerstvolgende vergadering besproken en ter goedkeuring voorgelegd.
2. Bij spoedeisende adviezen over belangrijke besluiten bedoeld in het derde lid van artikel 7 vinden binnen een door de Raad van bestuur te stellen termijn tussentijds overleg en advisering plaats.
3. De oproeping tot een vergadering geschiedt door middel van een schriftelijke uitnodiging namens de voorzitter. De uitnodiging bevat plaats en tijdstip van de vergadering en gaat vergezeld van een vergaderagenda en de daarop betrekking hebbende stukken. Toezending vindt plaats ten minste één week voor de vergadering.
4. De vergaderagenda wordt door de voorzitter vastgesteld.
5. Ieder lid van de Cliëntenraad SVB bezit agenderingsbevoegdheid en kan de voorzitter schriftelijk verzoeken een vergadering bijeen te roepen. De voorzitter beoordeelt het verzoek en beslist daarover.
6. Indien de in het derde lid bedoelde stukken ingebracht worden door een lid, een werkgroep of commissie dan wel door de voorzitter, dan vindt uiterlijk twee weken voor de vergadering toezending daarvan plaats aan de ambtelijk secretaris.
7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Bij afwezigheid van de voorzitter kiezen de leden uit hun midden een vervangende voorzitter. De tweede volzin van artikel 14, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
8. De vergaderingen worden bijgewoond door een lid van de Raad van bestuur en, tenzij de Cliëntenraad SVB anders beslist, zonodig door een of meer deskundigen van de SVB. De ter advisering aan de Cliëntenraad voorgelegde besluiten, bedoeld in het derde lid van artikel 7, worden ter vergadering toegelicht door of namens het hoofd van de Afdeling Recht & Beleid van de SVB.
9. Van de vergadering wordt door de ambtelijk secretaris een schriftelijk verslag gemaakt. Dit verslag wordt in de eerstvolgende vergadering besproken en ter goedkeuring voorgelegd.
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0018249
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl