BWBR0018249
Geldig vanaf 29-05-2005
Artikel 4
Regeling Cliëntenparticipatie SVB
1. De Raad van bestuur benoemt de leden van de Cliëntenraad SVB voor een periode van vier jaar.
2. Ten hoogste drie leden worden benoemd op voordracht van de werknemersorganisaties Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en de Vakcentrale voor Middengroepen en Hoger Personeel (MHP).
3. Ten hoogste één lid wordt benoemd op voordracht van het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties.
4. Ten hoogste één lid wordt benoemd op voordracht van het Landelijk Overleg Minderheden.
5. De Raad van bestuur verzoekt de in het tweede tot en met het vierde lid genoemde organisaties binnen een daartoe gestelde termijn om een voordracht te maken voor benoeming van een vertegenwoordiger, die bij voorkeur cliënt is. Deze voordracht is bindend tenzij door de benoeming niet kan worden voldaan aan het bepaalde in de laatste volzin van artikel 3 in welk geval de Raad van bestuur bepaalt welke van de organisaties een nieuwe voordracht dient te maken.
6. De Raad van bestuur kan bij ontstentenis van een of meer in het vorige lid bedoelde voordrachten besluiten ook andere maatschappelijke organisaties verzoeken een vertegenwoordiger voor te dragen met dien verstande, dat deze organisaties tezamen door niet meer dan vijf leden zijn vertegenwoordigd. Het vorige lid is van dienovereenkomstige toepassing op deze andere organisaties.
7. Benoeming van de voorzitter en de overige vijf leden van de Cliëntenraad SVB vindt plaats op bindende voordracht van de Cliëntenraad SVB. Alvorens een persoon als kandidaat voor het voorzitterschap voor te dragen, wordt de kandidatuur door de Cliëntenraad SVB of op diens verzoek door de Raad van bestuur vastgesteld.
8. De in het vorige lid bedoelde leden zijn allen cliënt. Behoudens het bepaalde in onderdeel b van het tweede lid van artikel 16 worden zij via dagbladadvertenties en het internet geworven. Selectie vindt plaats door een door de Cliëntenraad uit zijn midden aangewezen selectiecommissie.
2. Ten hoogste drie leden worden benoemd op voordracht van de werknemersorganisaties Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en de Vakcentrale voor Middengroepen en Hoger Personeel (MHP).
3. Ten hoogste één lid wordt benoemd op voordracht van het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties.
4. Ten hoogste één lid wordt benoemd op voordracht van het Landelijk Overleg Minderheden.
5. De Raad van bestuur verzoekt de in het tweede tot en met het vierde lid genoemde organisaties binnen een daartoe gestelde termijn om een voordracht te maken voor benoeming van een vertegenwoordiger, die bij voorkeur cliënt is. Deze voordracht is bindend tenzij door de benoeming niet kan worden voldaan aan het bepaalde in de laatste volzin van artikel 3 in welk geval de Raad van bestuur bepaalt welke van de organisaties een nieuwe voordracht dient te maken.
6. De Raad van bestuur kan bij ontstentenis van een of meer in het vorige lid bedoelde voordrachten besluiten ook andere maatschappelijke organisaties verzoeken een vertegenwoordiger voor te dragen met dien verstande, dat deze organisaties tezamen door niet meer dan vijf leden zijn vertegenwoordigd. Het vorige lid is van dienovereenkomstige toepassing op deze andere organisaties.
7. Benoeming van de voorzitter en de overige vijf leden van de Cliëntenraad SVB vindt plaats op bindende voordracht van de Cliëntenraad SVB. Alvorens een persoon als kandidaat voor het voorzitterschap voor te dragen, wordt de kandidatuur door de Cliëntenraad SVB of op diens verzoek door de Raad van bestuur vastgesteld.
8. De in het vorige lid bedoelde leden zijn allen cliënt. Behoudens het bepaalde in onderdeel b van het tweede lid van artikel 16 worden zij via dagbladadvertenties en het internet geworven. Selectie vindt plaats door een door de Cliëntenraad uit zijn midden aangewezen selectiecommissie.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0018249
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl