BWBR0018901
Geldig vanaf 2006-01-13
Artikel 46
Diergeneesmiddelenbesluit
1. Het is verboden een door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, aangewezen substantie aan landbouwhuisdieren of aquacultuurdieren toe te dienen.
2. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bepalen onder welke omstandigheden een substantie als bedoeld in het eerste lid, in afwijking van het eerste lid aan landbouwhuisdieren of aquacultuurdieren mag worden toegediend.
3. In afwijking van artikel 2, tweede lid, aanhef in samenhang met onderdeel b, van de wetis het verboden om een substantie als bedoeld in het eerste lid die wordt doorgevoerd of bestemd is voor uitvoer te bereiden, voorhanden of in voorraad te hebben en af te leveren.
2. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bepalen onder welke omstandigheden een substantie als bedoeld in het eerste lid, in afwijking van het eerste lid aan landbouwhuisdieren of aquacultuurdieren mag worden toegediend.
3. In afwijking van artikel 2, tweede lid, aanhef in samenhang met onderdeel b, van de wetis het verboden om een substantie als bedoeld in het eerste lid die wordt doorgevoerd of bestemd is voor uitvoer te bereiden, voorhanden of in voorraad te hebben en af te leveren.