BWBR0019407
Geldig vanaf 01-01-2006
Artikel 3
Toezichtreglement Landbouwkwaliteitsregeling kaas 2006
1. Het toezicht vindt plaats bij de bereider als bedoeld in artikel 1. Een nader onderzoek, elders dan bij de bereider, kan deel uitmaken van het toezicht.
2. Het toezicht heeft betrekking op de eisen, gesteld bij of krachtens het besluit en de regeling.
3. Het toezicht omvat met name
a. een toetsing of het bereidingsproces en de kaas voldoen aan het bij of krachtens dit reglement bepaalde;
b. de toetsing van de administratieve bescheiden, voorzover deze betrekking hebben op bereidingsproces en de onder a bedoelde kaas;
4. Toezicht op de naleving van het gestelde bij of krachtens dit reglement vindt plaats door middel van inspectie, administratieve controle, monsterneming en onderzoek.
5. Het bestuur van het COKZ stelt hiervoor de desbetreffende methoden vast. Deze methoden zijn bij het COKZ op te vragen.
2. Het toezicht heeft betrekking op de eisen, gesteld bij of krachtens het besluit en de regeling.
3. Het toezicht omvat met name
a. een toetsing of het bereidingsproces en de kaas voldoen aan het bij of krachtens dit reglement bepaalde;
b. de toetsing van de administratieve bescheiden, voorzover deze betrekking hebben op bereidingsproces en de onder a bedoelde kaas;
4. Toezicht op de naleving van het gestelde bij of krachtens dit reglement vindt plaats door middel van inspectie, administratieve controle, monsterneming en onderzoek.
5. Het bestuur van het COKZ stelt hiervoor de desbetreffende methoden vast. Deze methoden zijn bij het COKZ op te vragen.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019407
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl