BWBR0020685
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 20
Wet medezeggenschap op scholen
1. Op verzoek van de medezeggenschapsraad en met instemming van het bevoegd gezag kan met instemming van twee derden van de leden van de medezeggenschapsraad een deelraad worden verbonden aan een deel van een school. De deelraad treedt in dat geval in de bevoegdheden van de medezeggenschapsraad voor zover uitoefening van die bevoegdheden geen betrekking heeft op een ander deel van de school.
2. Op verzoek van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en met instemming van het bevoegd gezag kan met instemming van twee derden van de leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad een groepsmedezeggenschapsraad worden verbonden aan een groep van scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentraen de Wet voortgezet onderwijs 2020afzonderlijk. De groepsmedezeggenschapsraad treedt in dat geval in de bevoegdheden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, behoudens de bevoegdheden, bedoeld in artikel 16, tweede en derde lid.
3. De artikelen 3, 23en 24zijn van overeenkomstige toepassing op de deelraad, bedoeld in het eerste lid, en de groepsmedezeggenschapsraad, bedoeld in het tweede lid.
4. De medezeggenschapsraad en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kunnen met instemming van het bevoegd gezag en met instemming van twee derden van de leden van de medezeggenschapsraad of de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad voor een of meer van de aangelegenheden, bedoeld in artikel 10en artikel 11dan wel artikel 16, een themaraad instellen.
5. Indien van elk bevoegd gezag van scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, of de Wet op de expertisecentraof de Wet voortgezet onderwijs 2020de gemeenschappelijke medezeggenschapsraden dan wel bij het ontbreken van een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad alle medezeggenschapsraden, daarmee instemmen kan een bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad worden ingesteld.
2. Op verzoek van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en met instemming van het bevoegd gezag kan met instemming van twee derden van de leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad een groepsmedezeggenschapsraad worden verbonden aan een groep van scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentraen de Wet voortgezet onderwijs 2020afzonderlijk. De groepsmedezeggenschapsraad treedt in dat geval in de bevoegdheden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, behoudens de bevoegdheden, bedoeld in artikel 16, tweede en derde lid.
3. De artikelen 3, 23en 24zijn van overeenkomstige toepassing op de deelraad, bedoeld in het eerste lid, en de groepsmedezeggenschapsraad, bedoeld in het tweede lid.
4. De medezeggenschapsraad en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kunnen met instemming van het bevoegd gezag en met instemming van twee derden van de leden van de medezeggenschapsraad of de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad voor een of meer van de aangelegenheden, bedoeld in artikel 10en artikel 11dan wel artikel 16, een themaraad instellen.
5. Indien van elk bevoegd gezag van scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, of de Wet op de expertisecentraof de Wet voortgezet onderwijs 2020de gemeenschappelijke medezeggenschapsraden dan wel bij het ontbreken van een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad alle medezeggenschapsraden, daarmee instemmen kan een bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad worden ingesteld.