BWBR0020685
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 4a
Wet medezeggenschap op scholen
1. Het samenwerkingsverband stelt naast de medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, een ondersteuningsplanraad in.
2. De leden van de ondersteuningsplanraad worden afgevaardigd door de leden van de afzonderlijke medezeggenschapsraden van de in <a href="/wet/BWBR0003420/artikel/18a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18a, tweede lid van de Wet op het primair onderwijs</a>, respectievelijk van de in <a href="/wet/BWBR0044212/artikel/2.47" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.47, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020</a>, bedoelde scholen en wel zo dat het aantal leden, gekozen uit personeel onderscheidenlijk uit ouders of leerlingen, elk de helft van het aantal leden van de raad bedraagt. Indien een school onderdeel is van een verticale scholengemeenschap als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007625/artikel/2.6.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs</a>, vindt de afvaardiging plaats door de gezamenlijke vergadering van ouderraad, studentenraad en ondernemingsraad van die verticale scholengemeenschap.
3. Artikel 3, zevende, achtste, twaalfde en dertiende lid, is van overeenkomstige toepassing op de ondersteuningsplanraad.
2. De leden van de ondersteuningsplanraad worden afgevaardigd door de leden van de afzonderlijke medezeggenschapsraden van de in <a href="/wet/BWBR0003420/artikel/18a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18a, tweede lid van de Wet op het primair onderwijs</a>, respectievelijk van de in <a href="/wet/BWBR0044212/artikel/2.47" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.47, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020</a>, bedoelde scholen en wel zo dat het aantal leden, gekozen uit personeel onderscheidenlijk uit ouders of leerlingen, elk de helft van het aantal leden van de raad bedraagt. Indien een school onderdeel is van een verticale scholengemeenschap als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007625/artikel/2.6.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs</a>, vindt de afvaardiging plaats door de gezamenlijke vergadering van ouderraad, studentenraad en ondernemingsraad van die verticale scholengemeenschap.
3. Artikel 3, zevende, achtste, twaalfde en dertiende lid, is van overeenkomstige toepassing op de ondersteuningsplanraad.