BWBR0020685
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 4
Wet medezeggenschap op scholen
1. Indien het bevoegd gezag meer dan een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, dan wel als bedoeld in de Wet op de expertisecentradan wel als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020in stand houdt, stelt het bevoegd gezag een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in voor de scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentrarespectievelijk de Wet voortgezet onderwijs 2020. Het bevoegd gezag kan ten behoeve van scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijsen de Wet op de expertisecentraéén gemeenschappelijke medezeggenschapsraad instellen, indien de instemming van twee derden van de leden van de desbetreffende medezeggenschapsraden is verkregen.
2. In een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad is elke medezeggenschapsraad van de betrokken scholen vertegenwoordigd.
3. De leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad worden gekozen door de leden van de desbetreffende afzonderlijke medezeggenschapsraden en wel zo dat het aantal leden, gekozen uit personeel onderscheidenlijk uit ouders of leerlingen, elk de helft van het aantal leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad bedraagt.
4. Artikel 3, tweede, derde, vierde en zevende tot en met dertiende lid, is van overeenkomstige toepassing op de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.
2. In een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad is elke medezeggenschapsraad van de betrokken scholen vertegenwoordigd.
3. De leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad worden gekozen door de leden van de desbetreffende afzonderlijke medezeggenschapsraden en wel zo dat het aantal leden, gekozen uit personeel onderscheidenlijk uit ouders of leerlingen, elk de helft van het aantal leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad bedraagt.
4. Artikel 3, tweede, derde, vierde en zevende tot en met dertiende lid, is van overeenkomstige toepassing op de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.