1. De ondernemer voert de monstername bedoeld in
artikel 4, derde lid, onder a., van de Verordening uit op de wijze als omschreven in Bijlage l.
2. De ondernemer voert de monstername bedoeld in
artikel 4, derde lid, onder b., van de Verordening uit op de wijze als omschreven in Bijlage II.
3. De monstername bedoeld in Bijlage II vindt plaats vanaf de leeftijd van 21 dagen van het koppel vleeskuikens.
4. In afwijking van het derde lid mag de monstername vóór de leeftijd van 21 dagen van het koppel vleeskuikens plaatsvinden indien dit koppel voordat het de leeftijd van 34 dagen heeft bereikt naar de slachterij wordt afgevoerd.
5. Bemonstering overeenkomstig Bijlage II vindt plaats binnen drie weken voordat de dieren naar het slachthuis worden vervoerd.
6. De ondernemer legt de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage l en Bijlage II uitgevoerde monsternamen schriftelijk vast en geeft deze door aan de leverancier van de eendagskuikens.
7. De ondernemer legt de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage l en Bijlage II uitgevoerde monsternamen alsmede de informatie die hij verkrijgt van de leverancier van de eendagskuikens schriftelijk vast en geeft deze ten minste 24 uur voor de aflevering van de vleeskuikens door aan de slachterij. Het betreffende door de voorzitter erkende laboratorium kan, onder verantwoordelijkheid van de ondernemer, de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage l en Bijlage II uitgevoerde monsternamen eveneens doorgeven aan de slachterij.