BWBR0022479
Geldig vanaf 27-02-2011
Artikel 3
Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007
1. De ondernemer die een pluimveebedrijf uitoefent verwijdert onverwijld nadat hij het pluimvee uit de stal heeft afgevoerd de mest en het strooisel die in deze stal aanwezig zijn, en reinigt en ontsmet vervolgens de stal.
2. In afwijking van het eerste lid reinigt en ontsmet de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf uitoefent en pluimvee anders dan eendagskuikens opzet, de stal ten minste één maal per twaalf maanden.
3. In afwijking van het eerste lid geldt dat de ondernemer een meerleeftijdenleghennenstal slechts reinigt.
4. De ondernemer die een pluimveebedrijf uitoefent plaatst een nieuw koppel slechts nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet en de meerleeftijdenleghennenstal heeft gereinigd en, in voorkomend geval, nadat hij een hygiënogram heeft laten uitvoeren.
5. a. De ondernemer die een opfokbedrijf, fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf in de legsector uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, een hygiënogram uitvoeren;
b. De ondernemer die een opfokleghennenbedrijf uitoefent, laat nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per twaalf maanden een hygiënogram uitvoeren;
c. De ondernemer die een leghennenbedrijf of een meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per twee ronden een hygiënogram uitvoeren.
6. In afwijking van het vijfde lid onder c. is de ondernemer die een leghennenbedrijf uitoefent waarin minder dan 250 leghennen worden gehouden en waarvan de consumptie-eieren bestemd zijn voor eigen consumptie of boerderijverkoop, vrijgesteld van de verplichting een hygiënogram te laten uitvoeren.
7. De ondernemer die een pluimveebedrijf in de pluimveevleessector uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per kalenderjaar een hygiënogram uitvoeren.
8. In afwijking van het zevende lid laat de ondernemer die een vermeerderingsbedrijf in de pluimveevleessector uitoefent één maal per twee ronden een hygiënogram uitvoeren.
9. a. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent reinigt en ontsmet onverwijld na iedere aflevering van de eendagskuikens, de gebruikte lokalen;
b. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent laat een hygiëneonderzoek uitvoeren op de wijze als omschreven in door het bestuur vast te stellen besluiten;
c. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent kan een deel van het hygiëneonderzoek zelf uitvoeren op de wijze als omschreven in door het bestuur vast te stellen besluiten.
10. Het hygiënogram als bedoeld in het vierde, vijfde, zevende en achtste lid wordt uitgevoerd door een erkende HOSOWO-instantie.
11. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van het in het vijfde, zevende en achtste lid bedoelde hygiënogram. De ondernemer bewaart de uitslag van het hygiënogram en van het in het negende lid, sub b. en c., bedoelde hygiëneonderzoek gedurende ten minste twee jaren.
2. In afwijking van het eerste lid reinigt en ontsmet de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf uitoefent en pluimvee anders dan eendagskuikens opzet, de stal ten minste één maal per twaalf maanden.
3. In afwijking van het eerste lid geldt dat de ondernemer een meerleeftijdenleghennenstal slechts reinigt.
4. De ondernemer die een pluimveebedrijf uitoefent plaatst een nieuw koppel slechts nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet en de meerleeftijdenleghennenstal heeft gereinigd en, in voorkomend geval, nadat hij een hygiënogram heeft laten uitvoeren.
5. a. De ondernemer die een opfokbedrijf, fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf in de legsector uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, een hygiënogram uitvoeren;
b. De ondernemer die een opfokleghennenbedrijf uitoefent, laat nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per twaalf maanden een hygiënogram uitvoeren;
c. De ondernemer die een leghennenbedrijf of een meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per twee ronden een hygiënogram uitvoeren.
6. In afwijking van het vijfde lid onder c. is de ondernemer die een leghennenbedrijf uitoefent waarin minder dan 250 leghennen worden gehouden en waarvan de consumptie-eieren bestemd zijn voor eigen consumptie of boerderijverkoop, vrijgesteld van de verplichting een hygiënogram te laten uitvoeren.
7. De ondernemer die een pluimveebedrijf in de pluimveevleessector uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per kalenderjaar een hygiënogram uitvoeren.
8. In afwijking van het zevende lid laat de ondernemer die een vermeerderingsbedrijf in de pluimveevleessector uitoefent één maal per twee ronden een hygiënogram uitvoeren.
9. a. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent reinigt en ontsmet onverwijld na iedere aflevering van de eendagskuikens, de gebruikte lokalen;
b. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent laat een hygiëneonderzoek uitvoeren op de wijze als omschreven in door het bestuur vast te stellen besluiten;
c. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent kan een deel van het hygiëneonderzoek zelf uitvoeren op de wijze als omschreven in door het bestuur vast te stellen besluiten.
10. Het hygiënogram als bedoeld in het vierde, vijfde, zevende en achtste lid wordt uitgevoerd door een erkende HOSOWO-instantie.
11. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van het in het vijfde, zevende en achtste lid bedoelde hygiënogram. De ondernemer bewaart de uitslag van het hygiënogram en van het in het negende lid, sub b. en c., bedoelde hygiëneonderzoek gedurende ten minste twee jaren.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022479
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl