BWBR0022479
Geldig vanaf 01-02-2008
Artikel 9
Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007
1. Indien de voorzitter op grond van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, een besmetting met de serotypen Salmonella enteritidis, Salmonella typhimurium, Salmonella hadar, Salmonella infantis of Salmonella virchow vaststelt bij een koppel, gelast de voorzitter de ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent:
a) alle broedeieren die door het besmette koppel zijn geproduceerd en die reeds in de kuikenbroederij zijn ingelegd, te laten behandelen als categorie 3-materiaal in de zin van Verordening (EG) nr. 1774/2002; of
b) alle broedeieren die door het besmette koppel zijn geproduceerd en die nog niet in de kuikenbroederij zijn ingelegd een zodanige behandeling te laten ondergaan dat de uitschakeling van Salmonella gewaarborgd is; of
c) alle broedeieren die door het besmette koppel zijn geproduceerd te laten vernietigen.
2. In het geval de voorzitter, vaststelt dat het koppel besmet is met de serotypen Salmonella hadar, Salmonella infantis of Salmonella virchow verstrekt de voorzitter de ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent de in het eerste lid genoemde last alleen, indien de voorzitter op grond van artikel 6, derde lid, de ruiming van dit koppel heeft gelast.
3. De ondernemer is gehouden de in het eerste en tweede lid genoemde last onverwijld op te volgen.
a) alle broedeieren die door het besmette koppel zijn geproduceerd en die reeds in de kuikenbroederij zijn ingelegd, te laten behandelen als categorie 3-materiaal in de zin van Verordening (EG) nr. 1774/2002; of
b) alle broedeieren die door het besmette koppel zijn geproduceerd en die nog niet in de kuikenbroederij zijn ingelegd een zodanige behandeling te laten ondergaan dat de uitschakeling van Salmonella gewaarborgd is; of
c) alle broedeieren die door het besmette koppel zijn geproduceerd te laten vernietigen.
2. In het geval de voorzitter, vaststelt dat het koppel besmet is met de serotypen Salmonella hadar, Salmonella infantis of Salmonella virchow verstrekt de voorzitter de ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent de in het eerste lid genoemde last alleen, indien de voorzitter op grond van artikel 6, derde lid, de ruiming van dit koppel heeft gelast.
3. De ondernemer is gehouden de in het eerste en tweede lid genoemde last onverwijld op te volgen.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022479
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl