BWBR0024129
Geldig vanaf 22-06-2008
Artikel 15
Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen (PVV) 2008
1. Indien de be- of verwerker het geslachte rund afdoucht, mag daarvoor geen gewichtsaftrek worden toegepast.
2. Indien, ingevolge een beslissing op grond van het bepaalde bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004, vóór de weging afkeuring en op grond daarvan afsnijding plaatsvindt van delen van het geslachte rund die niet zijn genoemd in artikel 13, eerste lid, is de be- of verwerker verplicht het vastgestelde dan wel geschatte gewicht van deze afgekeurde delen bij het gewicht van het geslachte rund op te tellen.
3. a. Indien de in artikel 13, eerste lid, bedoelde delen niet mogen worden verwijderd als gevolg van een uitstel van goedkeuring op grond van een beslissing bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004, mogen bedoelde delen na de goedkeuring alsnog worden verwijderd. Na de verwijdering van deze delen vindt de weging plaats.
b. Het op basis van onderdeel a) vastgestelde warm geslacht gewicht moet verhoogd worden met 2%. In het geval van afkeuring van delen van het geslachte rund, als bedoeld in het tweede lid, is het gestelde in het tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
4. In geval van reeds geclassificeerde runderen, is het in afwijking van het bepaalde in het derde lid, toegestaan voorafgaand aan de goedkeuring het vastgestelde gewicht – waarbij het niervet, de nieren, het slotvet, het oppervlakkig borstvet vanaf de navelinplant, vet rond de aarsopening, vet van de schaamnaad, zak- of uiervet, aangewassen vet aan de ribwand, vet rond de halsslagaders, de staart en de longhaas zijn meegewogen – als volgt te verlagen:
[tabel]
5. Indien een of meer van de in het vierde lid genoemde onderdelen niet zijn meegewogen op last van de VWA, worden de in tabel 1 genoemde percentages, voor de verschillende onderdelen verminderd met de in tabel 2 genoemde percentages:
[tabel]
2. Indien, ingevolge een beslissing op grond van het bepaalde bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004, vóór de weging afkeuring en op grond daarvan afsnijding plaatsvindt van delen van het geslachte rund die niet zijn genoemd in artikel 13, eerste lid, is de be- of verwerker verplicht het vastgestelde dan wel geschatte gewicht van deze afgekeurde delen bij het gewicht van het geslachte rund op te tellen.
3. a. Indien de in artikel 13, eerste lid, bedoelde delen niet mogen worden verwijderd als gevolg van een uitstel van goedkeuring op grond van een beslissing bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004, mogen bedoelde delen na de goedkeuring alsnog worden verwijderd. Na de verwijdering van deze delen vindt de weging plaats.
b. Het op basis van onderdeel a) vastgestelde warm geslacht gewicht moet verhoogd worden met 2%. In het geval van afkeuring van delen van het geslachte rund, als bedoeld in het tweede lid, is het gestelde in het tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
4. In geval van reeds geclassificeerde runderen, is het in afwijking van het bepaalde in het derde lid, toegestaan voorafgaand aan de goedkeuring het vastgestelde gewicht – waarbij het niervet, de nieren, het slotvet, het oppervlakkig borstvet vanaf de navelinplant, vet rond de aarsopening, vet van de schaamnaad, zak- of uiervet, aangewassen vet aan de ribwand, vet rond de halsslagaders, de staart en de longhaas zijn meegewogen – als volgt te verlagen:
[tabel]
5. Indien een of meer van de in het vierde lid genoemde onderdelen niet zijn meegewogen op last van de VWA, worden de in tabel 1 genoemde percentages, voor de verschillende onderdelen verminderd met de in tabel 2 genoemde percentages:
[tabel]
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024129
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl