BWBR0024129
Geldig vanaf 22-06-2008
Artikel 16
Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen (PVV) 2008
1. Bij de weging moet gebruik worden gemaakt van een, krachtens de Metrologiewet (Stb. 2006, 137) goedgekeurd, weegwerktuig, voorzien van een schaalverdeling met een afleeseenheid van ten hoogste 200 gram, waarbij tevens de datum der weging en de identificatiecode moeten kunnen worden afgedrukt, alsmede van hulpwerktuigen, welke onderling van gelijk gewicht moeten zijn, terwijl het weegwerktuig met de hulpwerktuigen tezamen in ledige toestand, alsmede de afdrukinrichting, de nulstand moeten aangeven. De afwijking van het weegwerktuig, inclusief die van de afdrukinrichting mag niet meer bedragen dan één afleeseenheid.
2. De be- of verwerker is verplicht ervoor zorg te dragen, dat de weging ook overigens zodanig geschiedt, dat daardoor de vaststelling van het geslachte gewicht niet onjuist wordt beïnvloed.
3. Indien bij de weging de twee karkashelften van eenzelfde slachtrund in één keer worden gewogen, is daarbij het door de afdrukinrichting afgedrukte gewicht bepalend.
4. Indien bij de weging de twee karkashelften van eenzelfde slachtrund afzonderlijk worden gewogen, worden deze beide gewichten bij elkaar opgeteld tot één gewogen gewicht. Na vaststelling van dit gewicht kan voor zover nodig afronding van het gewicht plaatsvinden.
5. De be- of verwerker is verplicht om, ten behoeve van de controle van het weegwerktuig door de toezichthoudende instantie, een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van 20 en 25 kilogram bij het weegwerktuig voorhanden te hebben tot een totaalgewicht van tenminste 400 kilogram. Indien het wegen wordt uitgevoerd conform het gestelde in lid 4, is de be- of verwerker verplicht een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van 20 en 25 kilogram bij het weegwerktuig voorhanden te hebben tot een totaalgewicht van tenminste 200 kilogram.
6. De be- of verwerker is verplicht om, ten behoeve van herweging door de toezichthoudende instantie, te beschikken over een voorziening om de slachtrunderen na het tijdstip van weging en voor de koeling uit te railen. Van het voor herweging aangewezen slachtrund mag tot na de herweging niets worden afgesneden.
7. In een frequentie van ten minste eenmaal per drie jaar dienen het weegwerktuig en de toetsgewichten gecontroleerd te worden door een daartoe erkende instantie.
8. Indien er tijdens de controle van de toetsgewichten een afwijking geconstateerd wordt, dienen de toetsgewichten op het juiste gewicht gebracht te worden.
2. De be- of verwerker is verplicht ervoor zorg te dragen, dat de weging ook overigens zodanig geschiedt, dat daardoor de vaststelling van het geslachte gewicht niet onjuist wordt beïnvloed.
3. Indien bij de weging de twee karkashelften van eenzelfde slachtrund in één keer worden gewogen, is daarbij het door de afdrukinrichting afgedrukte gewicht bepalend.
4. Indien bij de weging de twee karkashelften van eenzelfde slachtrund afzonderlijk worden gewogen, worden deze beide gewichten bij elkaar opgeteld tot één gewogen gewicht. Na vaststelling van dit gewicht kan voor zover nodig afronding van het gewicht plaatsvinden.
5. De be- of verwerker is verplicht om, ten behoeve van de controle van het weegwerktuig door de toezichthoudende instantie, een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van 20 en 25 kilogram bij het weegwerktuig voorhanden te hebben tot een totaalgewicht van tenminste 400 kilogram. Indien het wegen wordt uitgevoerd conform het gestelde in lid 4, is de be- of verwerker verplicht een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van 20 en 25 kilogram bij het weegwerktuig voorhanden te hebben tot een totaalgewicht van tenminste 200 kilogram.
6. De be- of verwerker is verplicht om, ten behoeve van herweging door de toezichthoudende instantie, te beschikken over een voorziening om de slachtrunderen na het tijdstip van weging en voor de koeling uit te railen. Van het voor herweging aangewezen slachtrund mag tot na de herweging niets worden afgesneden.
7. In een frequentie van ten minste eenmaal per drie jaar dienen het weegwerktuig en de toetsgewichten gecontroleerd te worden door een daartoe erkende instantie.
8. Indien er tijdens de controle van de toetsgewichten een afwijking geconstateerd wordt, dienen de toetsgewichten op het juiste gewicht gebracht te worden.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024129
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl