BWBR0024129
Geldig vanaf 22-06-2008
Artikel 8
Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen (PVV) 2008
1. De be- of verwerker is verplicht de weging van alle op zijn bedrijf aangevoerde slachtrunderen in volgorde van aankomst en uiterlijk binnen 4 uur na het tijdstip van lossen, met inachtneming van het in de volgende leden bepaalde, te doen plaatsvinden.
2. a. De be- of verwerker is verplicht om voorafgaand aan de weging van het geslachte rund te verwijderen, de onderpoten afgesneden tussen het pijpbeen en het tarsaal respectievelijk het carpaal gewricht, de kop afgesneden langs de onderkaak en tussen het achterhoofdsbeen en de eerste halswervel, de halszwezerik, de huid, de prostaat, de pezerik, de milt, het aarseinde en het uiervet, het zakvet, het stuitvet en het vangvet, het hartzakje en de inhoud van de borst- en buikholte.
b. Onder de in het vorige onderdeel genoemde delen worden niet begrepen het longhaasje, de lever, de nieren en het niervet, het middenrif, het slotvet en de aorta voor zover vergroeid met de rugwervels.
c. De be- of verwerker is verplicht ervoor te zorgen, dat bij het verwijderen van in onderdeel a) bedoelde delen geen afsnijding van aangrenzend vlees of vet plaatsvindt. Hiervan is uitgezonderd het uiervet, dat mag worden verwijderd tot aan het buikzeen.
d. Indien ten gevolge van een beslissing op grond van het bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004 bepaalde vóór de weging meer moet worden verwijderd dan op grond van het bepaalde in onderdeel a), b) en c) is toegestaan, is de be- of verwerker behoudens het in onderdeel e) bepaalde, verplicht het afgesneden gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.
e. Indien op grond van een afkeuring als bedoeld in onderdeel d), levers onderscheidenlijk nieren worden afgekeurd, dan wel levers onderscheidenlijk nieren om andere redenen niet worden meegewogen, moet het op het in artikel 11, bedoelde weegdocument afgedrukte gewicht worden vermeerderd met de door het bestuur vastgestelde correctiefactoren.
f. Indien door de toezichthoudende instantie geconstateerd is dat voor de weging meer wordt verwijderd dan op grond van het bepaalde in onderdeel a), b) en c), is toegestaan, is de be- of verwerker, onverminderd het bepaalde in onderdeel d) en e), verplicht op het warm geslacht gewicht een door de classificateur vastgestelde correctiefactor conform de door hem te geven aanwijzingen toe te passen. Indien door het bestuur op grond van het bepaalde in onderdeel g) voor bepaalde onderdelen correctiefactoren zijn vastgesteld, worden deze gehanteerd.
g. Het bestuur kan, voor andere onderdelen van het slachtrund dan genoemd in onderdeel e), bij besluit correctiefactoren vaststellen.
3. De be- of verwerker is verplicht de geslachte slachtrunderen binnen 45 minuten na de eerste handeling die plaatsvindt nadat de slachthaak in het karkas gestoken is te wegen.
4. Indien het in het derde lid gestelde voorschrift niet is nageleefd, moet de be- of verwerker het, overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgestelde warm geslacht gewicht van het desbetreffende slachtrund, vermeerderen met 1 kg.
5. a. Bij de weging moet gebruik worden gemaakt van een krachtens de Metrologiewet (Stb. 2006, 137) goedgekeurd weegwerktuig, voorzien van een schaalverdeling met een afleeseenheid van ten hoogste 200 gram en van een automatische bediende afdrukinrichting met een afdrukeenheid van ten hoogste 200 gram – waarbij die afdrukinrichting per individuele weging het tijdstip in minuten en uren, de datum der weging en het individuele merk of het volgnummer moet afdrukken – terwijl het weegwerktuig met de haak tezamen in ledige toestand de nulstand moet aangeven. De gebruikte haken moeten van hetzelfde gewicht zijn. De afwijking van het weegwerktuig, inclusief die van de afdrukinrichting mag niet meer bedragen dan één afleeseenheid.
b. De be- of verwerker is verplicht om, ten behoeve van herweging door de toezichthoudende instantie, te beschikken over een voorziening om de slachtrunderen na het tijdstip van weging en voor de koeling uit te railen. Van het voor herweging aangewezen slachtrund mag tot na de herweging niets worden afgesneden.
c. In een frequentie van ten minste eenmaal per drie jaar dienen het weegwerktuig en de toetsgewichten gecontroleerd te worden door een daartoe erkende instantie.
d. Indien er tijdens de controle van de toetsgewichten een afwijking geconstateerd wordt, dienen de toetsgewichten op het juiste gewicht gebracht te worden.
6. Voor de weging mogen op generlei wijze methoden dan wel technieken worden toegepast, ten gevolge waarvan een meer dan normale verlaging van het karkasgewicht anders dan via het natuurlijke verdampingsproces zou kunnen worden gerealiseerd.
7. Het is de be- of verwerker die slachtrunderen geslacht weegt, onverlet het in deze verordening bepaalde, verboden enigerlei handeling te verrichten waardoor het gewicht van de te wegen slachtrunderen kan verminderen.
8. Ter verkrijging van het koud geslacht gewicht geldt voor ieder geslacht slachtrund afzonderlijk, dan wel voor ieder per leverancier geleverd koppel, dat:
a. bij de afrekening ter zake van het overeenkomstig het in de voorgaande leden bepaalde gewicht geen administratieve afronding mag plaatsvinden;
b. op het gewicht, dat met inachtneming van het in onderdeel a, bepaalde is vastgesteld, een korting van 2% wordt toegepast.
2. a. De be- of verwerker is verplicht om voorafgaand aan de weging van het geslachte rund te verwijderen, de onderpoten afgesneden tussen het pijpbeen en het tarsaal respectievelijk het carpaal gewricht, de kop afgesneden langs de onderkaak en tussen het achterhoofdsbeen en de eerste halswervel, de halszwezerik, de huid, de prostaat, de pezerik, de milt, het aarseinde en het uiervet, het zakvet, het stuitvet en het vangvet, het hartzakje en de inhoud van de borst- en buikholte.
b. Onder de in het vorige onderdeel genoemde delen worden niet begrepen het longhaasje, de lever, de nieren en het niervet, het middenrif, het slotvet en de aorta voor zover vergroeid met de rugwervels.
c. De be- of verwerker is verplicht ervoor te zorgen, dat bij het verwijderen van in onderdeel a) bedoelde delen geen afsnijding van aangrenzend vlees of vet plaatsvindt. Hiervan is uitgezonderd het uiervet, dat mag worden verwijderd tot aan het buikzeen.
d. Indien ten gevolge van een beslissing op grond van het bij of krachtens Verordening (EG) Nr. 854/2004 bepaalde vóór de weging meer moet worden verwijderd dan op grond van het bepaalde in onderdeel a), b) en c) is toegestaan, is de be- of verwerker behoudens het in onderdeel e) bepaalde, verplicht het afgesneden gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.
e. Indien op grond van een afkeuring als bedoeld in onderdeel d), levers onderscheidenlijk nieren worden afgekeurd, dan wel levers onderscheidenlijk nieren om andere redenen niet worden meegewogen, moet het op het in artikel 11, bedoelde weegdocument afgedrukte gewicht worden vermeerderd met de door het bestuur vastgestelde correctiefactoren.
f. Indien door de toezichthoudende instantie geconstateerd is dat voor de weging meer wordt verwijderd dan op grond van het bepaalde in onderdeel a), b) en c), is toegestaan, is de be- of verwerker, onverminderd het bepaalde in onderdeel d) en e), verplicht op het warm geslacht gewicht een door de classificateur vastgestelde correctiefactor conform de door hem te geven aanwijzingen toe te passen. Indien door het bestuur op grond van het bepaalde in onderdeel g) voor bepaalde onderdelen correctiefactoren zijn vastgesteld, worden deze gehanteerd.
g. Het bestuur kan, voor andere onderdelen van het slachtrund dan genoemd in onderdeel e), bij besluit correctiefactoren vaststellen.
3. De be- of verwerker is verplicht de geslachte slachtrunderen binnen 45 minuten na de eerste handeling die plaatsvindt nadat de slachthaak in het karkas gestoken is te wegen.
4. Indien het in het derde lid gestelde voorschrift niet is nageleefd, moet de be- of verwerker het, overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgestelde warm geslacht gewicht van het desbetreffende slachtrund, vermeerderen met 1 kg.
5. a. Bij de weging moet gebruik worden gemaakt van een krachtens de Metrologiewet (Stb. 2006, 137) goedgekeurd weegwerktuig, voorzien van een schaalverdeling met een afleeseenheid van ten hoogste 200 gram en van een automatische bediende afdrukinrichting met een afdrukeenheid van ten hoogste 200 gram – waarbij die afdrukinrichting per individuele weging het tijdstip in minuten en uren, de datum der weging en het individuele merk of het volgnummer moet afdrukken – terwijl het weegwerktuig met de haak tezamen in ledige toestand de nulstand moet aangeven. De gebruikte haken moeten van hetzelfde gewicht zijn. De afwijking van het weegwerktuig, inclusief die van de afdrukinrichting mag niet meer bedragen dan één afleeseenheid.
b. De be- of verwerker is verplicht om, ten behoeve van herweging door de toezichthoudende instantie, te beschikken over een voorziening om de slachtrunderen na het tijdstip van weging en voor de koeling uit te railen. Van het voor herweging aangewezen slachtrund mag tot na de herweging niets worden afgesneden.
c. In een frequentie van ten minste eenmaal per drie jaar dienen het weegwerktuig en de toetsgewichten gecontroleerd te worden door een daartoe erkende instantie.
d. Indien er tijdens de controle van de toetsgewichten een afwijking geconstateerd wordt, dienen de toetsgewichten op het juiste gewicht gebracht te worden.
6. Voor de weging mogen op generlei wijze methoden dan wel technieken worden toegepast, ten gevolge waarvan een meer dan normale verlaging van het karkasgewicht anders dan via het natuurlijke verdampingsproces zou kunnen worden gerealiseerd.
7. Het is de be- of verwerker die slachtrunderen geslacht weegt, onverlet het in deze verordening bepaalde, verboden enigerlei handeling te verrichten waardoor het gewicht van de te wegen slachtrunderen kan verminderen.
8. Ter verkrijging van het koud geslacht gewicht geldt voor ieder geslacht slachtrund afzonderlijk, dan wel voor ieder per leverancier geleverd koppel, dat:
a. bij de afrekening ter zake van het overeenkomstig het in de voorgaande leden bepaalde gewicht geen administratieve afronding mag plaatsvinden;
b. op het gewicht, dat met inachtneming van het in onderdeel a, bepaalde is vastgesteld, een korting van 2% wordt toegepast.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024129
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl