BWBR0025798
Geldig vanaf 2010-09-06
Artikel 3.10.1
Regeling voertuigen
Geen goedkeuring als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet, is vereist voor:
a. voertuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening (EU) 2018/858 die niet bestemd zijn voor gebruik op de openbare weg;
b. voertuigen op rupsbanden of ontworpen en gebouwd of aangepast voor exclusief gebruik door de strijdkrachten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c en d, van verordening (EU) 2018/858;
c. voertuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening (EU) 168/2013 die niet bestemd zijn voor gebruik op de openbare weg;
d. voertuigen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a tot en met e, g en h, van verordening (EU) 168/2013 waarop die verordening niet van toepassing is;
e. voertuigen op verwisselbare machines als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van verordening (EU) 167/2013 waarop die verordening niet van toepassing is;
f. mobiele machines en aanhangwagens als bedoeld in artikel 1b van het Kentekenreglement;
g. bijzondere bromfietsen als bedoeld in artikel 20b van de Wegenverkeerswet 1994 zoals dat luidt op 1 januari 2024;
h. voertuigen waarvan op grond van artikel 48, derde lid, van de wet geen goedkeuring is vereist;
i. voertuigen ten behoeve waarvan voor het gebruik van de weg door Onze Minister een vrijstelling op grond van artikel 147 van de wet is verleend;
j. systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen die specifiek ten behoeve van de in de onderdelen a tot en met i genoemde voertuigen of motorrijtuigen op de markt worden gebracht;
k. systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen die dienen ter vervanging van en zijn bedoeld voor montage op voertuigen van speciale doeleinden als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, waarbij van de voor die systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken of voorzieningen geldende eisen, vrijstelling is verleend;
l. systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen die dienen ter vervanging van en zijn bedoeld voor montage op voertuigen waarvoor een nationale individuele goedkeuring als bedoeld in dit hoofdstuk is verleend;
m. voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen indien en voor zover hiervoor geen specifieke goedkeuringseisen zijn vastgesteld als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de wet.
a. voertuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening (EU) 2018/858 die niet bestemd zijn voor gebruik op de openbare weg;
b. voertuigen op rupsbanden of ontworpen en gebouwd of aangepast voor exclusief gebruik door de strijdkrachten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c en d, van verordening (EU) 2018/858;
c. voertuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening (EU) 168/2013 die niet bestemd zijn voor gebruik op de openbare weg;
d. voertuigen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a tot en met e, g en h, van verordening (EU) 168/2013 waarop die verordening niet van toepassing is;
e. voertuigen op verwisselbare machines als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van verordening (EU) 167/2013 waarop die verordening niet van toepassing is;
f. mobiele machines en aanhangwagens als bedoeld in artikel 1b van het Kentekenreglement;
g. bijzondere bromfietsen als bedoeld in artikel 20b van de Wegenverkeerswet 1994 zoals dat luidt op 1 januari 2024;
h. voertuigen waarvan op grond van artikel 48, derde lid, van de wet geen goedkeuring is vereist;
i. voertuigen ten behoeve waarvan voor het gebruik van de weg door Onze Minister een vrijstelling op grond van artikel 147 van de wet is verleend;
j. systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen die specifiek ten behoeve van de in de onderdelen a tot en met i genoemde voertuigen of motorrijtuigen op de markt worden gebracht;
k. systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen die dienen ter vervanging van en zijn bedoeld voor montage op voertuigen van speciale doeleinden als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, waarbij van de voor die systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken of voorzieningen geldende eisen, vrijstelling is verleend;
l. systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen die dienen ter vervanging van en zijn bedoeld voor montage op voertuigen waarvoor een nationale individuele goedkeuring als bedoeld in dit hoofdstuk is verleend;
m. voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen indien en voor zover hiervoor geen specifieke goedkeuringseisen zijn vastgesteld als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de wet.