BWBR0025798
Geldig vanaf 2010-09-06
Artikel 5.1a.3
Regeling voertuigen
1. Voor de bepaling van het aantal wielen wordt een samenstel van wielen die op één wielnaaf zijn gemonteerd, aangemerkt als één wiel.
2. In afwijking van het eerste lid, worden voor het bepalen van het aantal wielen van motorfietsen, driewielige motorrijtuigen en bromfietsen twee op dezelfde as gemonteerde wielen als een wiel beschouwd, indien de afstand tussen de middens van de contactvlakken van deze wielen met de grond kleiner is dan 460 mm.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. landbouw- of bosbouwtrekkers,
b. motorrijtuigen met beperkte snelheid,
c. mobiele machines,
d. landbouw- of bosbouwaanhangwagens, en
e. verwisselbare getrokken uitrustingsstukken.
2. In afwijking van het eerste lid, worden voor het bepalen van het aantal wielen van motorfietsen, driewielige motorrijtuigen en bromfietsen twee op dezelfde as gemonteerde wielen als een wiel beschouwd, indien de afstand tussen de middens van de contactvlakken van deze wielen met de grond kleiner is dan 460 mm.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. landbouw- of bosbouwtrekkers,
b. motorrijtuigen met beperkte snelheid,
c. mobiele machines,
d. landbouw- of bosbouwaanhangwagens, en
e. verwisselbare getrokken uitrustingsstukken.