BWBR0025798
Geldig vanaf 2010-09-06
Artikel 5.18.25c
Regeling voertuigen
1. Van een landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid, mobiele machine, landbouw- of bosbouwaanhangwagen of verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk, mag:
a. de in het kentekenregister of op de constructieplaat vermelde technisch toegestane maximumlast onder de as niet worden overschreden; en
b. het draagvermogen van de gemonteerde banden niet worden overschreden.
2. De toegestane maximumlast onder de as van een landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid, mobiele machine, landbouw- of bosbouwaanhangwagen of verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk, mag niet meer bedragen dan:
a. voor enige as: 10.000 kg voor een niet-aangedreven as en 11.500 kg voor een aangedreven as;
b. de technisch toegestane maximumlast onder de as van het voertuig.
3. In afwijking van het tweede lid, mag de toegestane maximumlast onder de as van motorrijtuigen met beperkte snelheid of mobiele machines die zijn ingericht voor het uitvoeren van in hoofdzaak andere werkzaamheden dan het vervoer van goederen of personen niet meer bedragen dan 12.000 kg.
4. Eveneens in afwijking van het tweede lid, mag de toegestane maximumlast van landbouw- of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken onder een pendelas niet meer bedragen dan 13.000 kg, waarbij de last onder ieder der assen niet meer mag bedragen dan 6.500 kg.
a. de in het kentekenregister of op de constructieplaat vermelde technisch toegestane maximumlast onder de as niet worden overschreden; en
b. het draagvermogen van de gemonteerde banden niet worden overschreden.
2. De toegestane maximumlast onder de as van een landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid, mobiele machine, landbouw- of bosbouwaanhangwagen of verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk, mag niet meer bedragen dan:
a. voor enige as: 10.000 kg voor een niet-aangedreven as en 11.500 kg voor een aangedreven as;
b. de technisch toegestane maximumlast onder de as van het voertuig.
3. In afwijking van het tweede lid, mag de toegestane maximumlast onder de as van motorrijtuigen met beperkte snelheid of mobiele machines die zijn ingericht voor het uitvoeren van in hoofdzaak andere werkzaamheden dan het vervoer van goederen of personen niet meer bedragen dan 12.000 kg.
4. Eveneens in afwijking van het tweede lid, mag de toegestane maximumlast van landbouw- of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken onder een pendelas niet meer bedragen dan 13.000 kg, waarbij de last onder ieder der assen niet meer mag bedragen dan 6.500 kg.