BWBR0026335
Geldig vanaf 14-02-2009
Artikel 3
Overgangsregeling amateurkunst van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie 2009
1. De aanvrager dient een in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde rechtspersoon te zijn of een natuurlijke persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit danwel in het bezit is van een geldige verblijfstitel waarmee ‘een beroep op de openbare kas’ gedaan kan worden.
2. Van de aanvrager wordt een redelijke eigen bijdrage aan de projectkosten of kosten voor de uitvoering van een plan verwacht. Bij projecten of plannen die worden uitgevoerd in het buitenland geldt een minimale eigen bijdrage van € 25 per persoon per dag, waarbij de dag van vertrek en de dag van aankomst als één worden gerekend.
3. Het project wordt niet reeds gefinancierd met Rijkscultuurmiddelen.
4. Een subsidie wordt slechts verstrekt indien:
a. de behoefte aan ondersteuning door de aanvrager naar het oordeel van het bestuur van het Fonds voldoende is aangetoond;
b. de aanvrager niet toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van de afspraken gemaakt voor een eerdere subsidieverplichting tussen aanvrager en (de rechtsvoorgangers van) het Fonds;
c. de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de voor de activiteiten beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de bijdrage van het Fonds en eventuele eigen inkomsten uit entreegelden, sponsoring of anderszins, voldoende zijn om de activiteiten uit te voeren;
d. de aanvrager heeft aangetoond dat er draagvlak is voor het project blijkend uit bijdragen van andere financiers;
e. te verwachten is dat de aanvrager het project of plan daadwerkelijk realiseert;
f. activiteiten waarvoor een subsidie wordt gevraagd in overeenstemming zijn met de doelstelling van het Fonds zoals vastgelegd in de statuten van het Fonds en aan de overige vereisten in deze regeling;
g. (de resultaten van) de activiteiten waarvoor een subsidie wordt verstrekt openbaar toegankelijk zijn;
h. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet reeds in uitvoering zijn of worden uitgevoerd ten tijde van de behandeling van de aanvraag bij het Fonds.
5. Voor projecten gericht op de bevordering van het ontstaan van nieuwe composities voor amateurs en de uitvoering daarvan geldt verder dat:
a. het werk speelbaar moet zijn voor amateurs in zijn algemeenheid dus niet alleen voor de amateurs van het aanvragende ensemble. Dit moet blijken uit de opdracht en de gebruiksdoelen;
b. de subsidie uitsluitend bedoeld is als bijdrage aan de vervaardiging van een nieuwe compositie en nadrukkelijk niet voor bewerkingen of arrangementen;
c. de subsidie uitsluitend bedoeld is voor honorering van de opdracht aan de componist(en).
6. Voor projecten gericht op de bevordering van de uitvoering van werken voor koor en instrumentale ensembles geldt verder dat:
a. Het concertprogramma bijzondere elementen moet bevatten, bijvoorbeeld in de vorm van vernieuwend repertoire of repertoire dat bijna nooit wordt uitgevoerd.
2. Van de aanvrager wordt een redelijke eigen bijdrage aan de projectkosten of kosten voor de uitvoering van een plan verwacht. Bij projecten of plannen die worden uitgevoerd in het buitenland geldt een minimale eigen bijdrage van € 25 per persoon per dag, waarbij de dag van vertrek en de dag van aankomst als één worden gerekend.
3. Het project wordt niet reeds gefinancierd met Rijkscultuurmiddelen.
4. Een subsidie wordt slechts verstrekt indien:
a. de behoefte aan ondersteuning door de aanvrager naar het oordeel van het bestuur van het Fonds voldoende is aangetoond;
b. de aanvrager niet toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van de afspraken gemaakt voor een eerdere subsidieverplichting tussen aanvrager en (de rechtsvoorgangers van) het Fonds;
c. de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de voor de activiteiten beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de bijdrage van het Fonds en eventuele eigen inkomsten uit entreegelden, sponsoring of anderszins, voldoende zijn om de activiteiten uit te voeren;
d. de aanvrager heeft aangetoond dat er draagvlak is voor het project blijkend uit bijdragen van andere financiers;
e. te verwachten is dat de aanvrager het project of plan daadwerkelijk realiseert;
f. activiteiten waarvoor een subsidie wordt gevraagd in overeenstemming zijn met de doelstelling van het Fonds zoals vastgelegd in de statuten van het Fonds en aan de overige vereisten in deze regeling;
g. (de resultaten van) de activiteiten waarvoor een subsidie wordt verstrekt openbaar toegankelijk zijn;
h. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet reeds in uitvoering zijn of worden uitgevoerd ten tijde van de behandeling van de aanvraag bij het Fonds.
5. Voor projecten gericht op de bevordering van het ontstaan van nieuwe composities voor amateurs en de uitvoering daarvan geldt verder dat:
a. het werk speelbaar moet zijn voor amateurs in zijn algemeenheid dus niet alleen voor de amateurs van het aanvragende ensemble. Dit moet blijken uit de opdracht en de gebruiksdoelen;
b. de subsidie uitsluitend bedoeld is als bijdrage aan de vervaardiging van een nieuwe compositie en nadrukkelijk niet voor bewerkingen of arrangementen;
c. de subsidie uitsluitend bedoeld is voor honorering van de opdracht aan de componist(en).
6. Voor projecten gericht op de bevordering van de uitvoering van werken voor koor en instrumentale ensembles geldt verder dat:
a. Het concertprogramma bijzondere elementen moet bevatten, bijvoorbeeld in de vorm van vernieuwend repertoire of repertoire dat bijna nooit wordt uitgevoerd.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026335
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl