BWBR0026335
Geldig vanaf 14-02-2009
Artikel 5
Overgangsregeling amateurkunst van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie 2009
1. De hoogte van de subsidie wordt gerelateerd aan het belang en de kwaliteit van het project of het plan.
2. De hoogte van de subsidie wordt bepaald op grond van reëel begrote kosten.
3. Een projectsubsidie van meer dan € 15.000,– of voor een project waarvan de begrote lasten meer dan € 75.000 bedragen wordt slechts aan een rechtspersoon verleend.
4. Een post ‘onvoorzien" op een begroting wordt niet gehonoreerd door het Fonds.
5. De subsidie voor amateurkunstprojecten gericht op de bevordering van de uitvoering van werken van koor en instrumentele ensembles bedraagt maximaal € 3.400,–.
6. Beeld- en geluidsdragers zijn in beginsel uitgesloten van ondersteuning, tenzij zij een wezenlijk onderdeel vormen van het project. Het Fonds stelt geen bijdrage beschikbaar voor kosten die worden gemaakt voor registraties van concerten en voorstellingen en de vermenigvuldiging en verspreiding van deze registraties.
2. De hoogte van de subsidie wordt bepaald op grond van reëel begrote kosten.
3. Een projectsubsidie van meer dan € 15.000,– of voor een project waarvan de begrote lasten meer dan € 75.000 bedragen wordt slechts aan een rechtspersoon verleend.
4. Een post ‘onvoorzien" op een begroting wordt niet gehonoreerd door het Fonds.
5. De subsidie voor amateurkunstprojecten gericht op de bevordering van de uitvoering van werken van koor en instrumentele ensembles bedraagt maximaal € 3.400,–.
6. Beeld- en geluidsdragers zijn in beginsel uitgesloten van ondersteuning, tenzij zij een wezenlijk onderdeel vormen van het project. Het Fonds stelt geen bijdrage beschikbaar voor kosten die worden gemaakt voor registraties van concerten en voorstellingen en de vermenigvuldiging en verspreiding van deze registraties.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026335
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl