BWBR0027686
Geldig vanaf 25-07-2011
Artikel 1A
Reglement Vervangingsfonds Primair Onderwijs voor het schooljaar 2010–2011
het bevoegd gezag dat blijkens de bekostigingsbeschikking van OCW over het kalenderjaar 2010 aanspraak heeft op tenminste 20 miljoen euro structurele bekostiging.
a. Structurele bekostiging: Het bedrag op bestuursniveau dat bij DUO op peildatum 1 november 2010 bekend is ter bekostiging van het schoolbestuur. Bij het vaststellen van de structurele bekostiging worden de volgende door DUO gehanteerde componenten gehanteerd: a. personele bekostiging regulier,
b. personeel en arbeidsmarktbeleid (PAB-budget),
c. materiële instandhouding regulier,
a. personele bekostiging regulier,
b. personeel en arbeidsmarktbeleid (PAB-budget),
c. materiële instandhouding regulier,
b. Eigen risico: Het in de periode 1 augustus 2011–1 augustus 2013, respectievelijk in de periode 1 januari 2012–1 augustus 2013, voor eigen rekening nemen van de vervangingskosten gedurende de eerste 52 weken afwezigheid wegens ziekte van personeel, als bedoeld in artikel 2 van dit reglement.
c. Periode eigen risico: Bij onderbreking van het ziekteverzuim van minder dan 4 weken wordt het ziekteverzuim geacht te zijn voortgezet.
a. Structurele bekostiging: Het bedrag op bestuursniveau dat bij DUO op peildatum 1 november 2010 bekend is ter bekostiging van het schoolbestuur. Bij het vaststellen van de structurele bekostiging worden de volgende door DUO gehanteerde componenten gehanteerd: a. personele bekostiging regulier,
b. personeel en arbeidsmarktbeleid (PAB-budget),
c. materiële instandhouding regulier,
a. personele bekostiging regulier,
b. personeel en arbeidsmarktbeleid (PAB-budget),
c. materiële instandhouding regulier,
b. Eigen risico: Het in de periode 1 augustus 2011–1 augustus 2013, respectievelijk in de periode 1 januari 2012–1 augustus 2013, voor eigen rekening nemen van de vervangingskosten gedurende de eerste 52 weken afwezigheid wegens ziekte van personeel, als bedoeld in artikel 2 van dit reglement.
c. Periode eigen risico: Bij onderbreking van het ziekteverzuim van minder dan 4 weken wordt het ziekteverzuim geacht te zijn voortgezet.
- Citeren als
- Art. 1A
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027686
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl