BWBR0028075
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 17
Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving
1. De leden van de Raad hebben zitting zonder last.
2. Een lid van de Raad of een lid van het secretariaat mag niet:
a. als advocaat, gemachtigde of adviseur werkzaam zijn in geschillen voor: 1°. een wederpartij van de Raad,
2°. een partij die door de Raad wordt geadviseerd,
3°. een dienst of instelling die de Raad inspecteert, of
4°. de Raad,
1°. een wederpartij van de Raad,
2°. een partij die door de Raad wordt geadviseerd,
3°. een dienst of instelling die de Raad inspecteert, of
4°. de Raad,
b. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan met de Raad met uitzondering van overeenkomsten die rechtstreeks samenhangen met de aanstelling als lid van de Raad of van het secretariaat,
c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn voor derden in verband met het met de Raad aangaan van overeenkomsten als bedoeld onder b.
2. Een lid van de Raad of een lid van het secretariaat mag niet:
a. als advocaat, gemachtigde of adviseur werkzaam zijn in geschillen voor: 1°. een wederpartij van de Raad,
2°. een partij die door de Raad wordt geadviseerd,
3°. een dienst of instelling die de Raad inspecteert, of
4°. de Raad,
1°. een wederpartij van de Raad,
2°. een partij die door de Raad wordt geadviseerd,
3°. een dienst of instelling die de Raad inspecteert, of
4°. de Raad,
b. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan met de Raad met uitzondering van overeenkomsten die rechtstreeks samenhangen met de aanstelling als lid van de Raad of van het secretariaat,
c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn voor derden in verband met het met de Raad aangaan van overeenkomsten als bedoeld onder b.
- Citeren als
- Art. 17
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028075
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl