BWBR0028075
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 29
Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving
1. Het ten aanzien van de Raad gestelde in de artikelen 22 tot en met 28 geldt ook voor daartoe door de Raad aangewezen personen, voor zover de Raad in de aanwijzing vermeldt over welke bevoegdheden deze personen beschikken. Deze bevoegdheden worden vermeld in het legitimatiebewijs, bedoeld in artikel 23, derde lid.
2. De Raad kan personen als bedoeld in het eerste lid slechts aanwijzen uit de kring van leden van de Raad, medewerkers van het secretariaat en deskundigen als bedoeld in artikel 18, eerste lid.
3. De op grond van het eerste lid aangewezen deskundigen handelen bij de uitoefening van de bevoegdheden onder verantwoordelijkheid van de Raad.
2. De Raad kan personen als bedoeld in het eerste lid slechts aanwijzen uit de kring van leden van de Raad, medewerkers van het secretariaat en deskundigen als bedoeld in artikel 18, eerste lid.
3. De op grond van het eerste lid aangewezen deskundigen handelen bij de uitoefening van de bevoegdheden onder verantwoordelijkheid van de Raad.
- Citeren als
- Art. 29
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028075
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl