BWBR0028075
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 8
Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving
1. De leden van de Raad worden benoemd op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van de Raad.
2. De leden dienen de Nederlandse nationaliteit te bezitten.
3. De leden vervullen geen betrekkingen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun functie of op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
4. De leden van de Raad melden het voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie aan Onze Minister van één van de landen en stelt de andere ministers daarvan gelijktijdig op de hoogte.
5. De Raad maakt de nevenfuncties openbaar door publicatie op de website van de Raad.
2. De leden dienen de Nederlandse nationaliteit te bezitten.
3. De leden vervullen geen betrekkingen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun functie of op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
4. De leden van de Raad melden het voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie aan Onze Minister van één van de landen en stelt de andere ministers daarvan gelijktijdig op de hoogte.
5. De Raad maakt de nevenfuncties openbaar door publicatie op de website van de Raad.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028075
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl