BWBR0028173
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 10
Vakantiewet 1949 BES
1. De werkgever betaalt de arbeider voor niet genoten vakantie, waarop bij het eindigen der dienstbetrekking aanspraak bestaat, een bedrag gelijk aan zijn in geld uitgedrukt, ten tijde van dat eindigen geldend loon over het aantal dagen der niet genoten vakantie.
2. Voor de toepassing van het bepaalde in het voorgaande lid en in afwijking van het bepaalde in artikel 2, lid 1, wordt onverminderd het bepaalde in artikel 3 geacht mede aanspraak te bestaan op een evenredig aantal vakantiedagen over de periode gedurende welke de arbeider bij dezelfde werkgever onafgebroken in dienst is geweest en waarover hij geen vakantie heeft genoten. Bij de berekening van het aantal vakantiedagen wordt een gedeelte van een dag gerekend als een gehele dag.
2. Voor de toepassing van het bepaalde in het voorgaande lid en in afwijking van het bepaalde in artikel 2, lid 1, wordt onverminderd het bepaalde in artikel 3 geacht mede aanspraak te bestaan op een evenredig aantal vakantiedagen over de periode gedurende welke de arbeider bij dezelfde werkgever onafgebroken in dienst is geweest en waarover hij geen vakantie heeft genoten. Bij de berekening van het aantal vakantiedagen wordt een gedeelte van een dag gerekend als een gehele dag.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028173
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl