BWBR0028173
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 9
Vakantiewet 1949 BES
1. De vakantie, waarop aanspraak is verkregen, doch welke nog niet genoten is op het tijdstip, dat een nieuwe aanspraak ontstaat, en de vakantie krachtens deze nieuwe aanspraak worden samengevoegd tot een maximum aantal werkdagen gelijk aan zesmaal het bedongen aantal werkdagen per week.
2. De werkgever is verplicht de samengevoegde maximum vakantie binnen drie maanden na aanvraag te doen ingaan, terwijl de arbeider verplicht is deze vakantie ook indien ongevraagd verleend, te nemen. Voor bedrijven, waarin op basis van vierentwintig uren per dag wordt gewerkt, geldt een termijn van zes maanden.
3. De samengevoegde maximum vakantie wordt onafgebroken verleend en kan niet worden uitgesteld of ingetrokken, behoudens het bepaalde in artikel 7, in welk geval het niet genoten deel daarvan ingaat de dag volgende op die van het herstel van de arbeider in de zin der desbetreffende regeling.
2. De werkgever is verplicht de samengevoegde maximum vakantie binnen drie maanden na aanvraag te doen ingaan, terwijl de arbeider verplicht is deze vakantie ook indien ongevraagd verleend, te nemen. Voor bedrijven, waarin op basis van vierentwintig uren per dag wordt gewerkt, geldt een termijn van zes maanden.
3. De samengevoegde maximum vakantie wordt onafgebroken verleend en kan niet worden uitgesteld of ingetrokken, behoudens het bepaalde in artikel 7, in welk geval het niet genoten deel daarvan ingaat de dag volgende op die van het herstel van de arbeider in de zin der desbetreffende regeling.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028173
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl