BWBR0028368
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 2
Wet toezicht trustwezen BES
1. Het is een ieder, met uitzondering van degenen vermeld in het tweede lid, verboden in of vanuit een openbaar lichaam beheersdiensten te verlenen.
2. Beheersdiensten mogen uitsluitend verleend worden door:
a. trustkantoren die in het bezit zijn van een vergunning als bedoeld in artikel 3 en door de natuurlijke personen en rechtspersonen die staan vermeld op de bijlagen van een aan een trustkantoor verleende vergunning;
b. personen die daartoe ontheffing hebben verkregen van de Bank.
3. Een ontheffing kan worden verleend aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die van het verlenen van beheersdiensten geen bedrijf maakt, indien er naar het oordeel van de Bank gegronde redenen aanwezig zijn voor de buitengaatse onderneming om de diensten door die persoon te doen verlenen.
4. Een ontheffing geldt slechts voor diensten die worden verleend aan de in de ontheffing genoemde buitengaatse onderneming of aan entiteiten die behoren tot een in de ontheffing genoemd concern.
5. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. De voorwaarden kunnen worden gewijzigd. Een ontheffing kan worden ingetrokken wanneer daarvan misbruik of oneigenlijk gebruik wordt gemaakt, of wanneer aan de voorwaarden niet of niet voldoende wordt voldaan.
2. Beheersdiensten mogen uitsluitend verleend worden door:
a. trustkantoren die in het bezit zijn van een vergunning als bedoeld in artikel 3 en door de natuurlijke personen en rechtspersonen die staan vermeld op de bijlagen van een aan een trustkantoor verleende vergunning;
b. personen die daartoe ontheffing hebben verkregen van de Bank.
3. Een ontheffing kan worden verleend aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die van het verlenen van beheersdiensten geen bedrijf maakt, indien er naar het oordeel van de Bank gegronde redenen aanwezig zijn voor de buitengaatse onderneming om de diensten door die persoon te doen verlenen.
4. Een ontheffing geldt slechts voor diensten die worden verleend aan de in de ontheffing genoemde buitengaatse onderneming of aan entiteiten die behoren tot een in de ontheffing genoemd concern.
5. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. De voorwaarden kunnen worden gewijzigd. Een ontheffing kan worden ingetrokken wanneer daarvan misbruik of oneigenlijk gebruik wordt gemaakt, of wanneer aan de voorwaarden niet of niet voldoende wordt voldaan.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028368
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl