BWBR0029990
Geldig vanaf 01-01-2018
Artikel 11
Eindexamenbesluit VO BES
1. Het eindexamen vwo (atheneum) omvat in elk geval:
a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 20, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES, daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,
b. de vakken van het profieldeel van één van de profielen, genoemd in artikel 20, derde tot en met zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES, en
c. ten minste één vak met een normatieve studielast van ten minste 440 uren van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 20, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES zoals geldend voor de scholen voor vwo, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend.
2. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vwo, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling of ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 23, eerste, tweede of vierde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES. Bij een ontheffing op grond van artikel 23, vierde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES wordt de taal vervangen door een ander vak als bedoeld in het vijfde lid van dat artikel.
3. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel.
4. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, en in het bezit is van het diploma havo, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak maatschappijleer van het gemeenschappelijk deel.
5. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs en in het bezit is van het diploma havo, en die in plaats van de vakken, genoemd in artikel 21 van het Inrichtingsbesluit WVO BES examen heeft afgelegd in een of meer overeenkomstige vakken van artikel 20 van het Inrichtingsbesluit WVO BES, bij het eindexamen vrijgesteld van dit vak of deze vakken.
6. In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs bij het eindexamen ontheffing worden verleend van de taal, genoemd in artikel 20, eerste lid onder c, van het Inrichtingsbesluit WVO BES, in de volgende gevallen:
a. de leerling heeft een stoornis die specifiek betrekking heeft op taal of een zintuiglijke stoornis die effect heeft op taal,
b. de leerling heeft een andere moedertaal dan de Nederlandse taal, of
c. de leerling volgt onderwijs in het profiel natuur en techniek of het profiel natuur en gezondheid en de taal verhindert naar verwachting een succesvolle afronding van de opleiding.
7. Bij ontheffing op grond van het zesde lid wordt de taal vervangen door een van de vakken, genoemd in artikel 20, derde tot en met zesde lid, of in het zevende lid, onder c of d, van het Inrichtingsbesluit WVO BES met een normatieve studielast van ten minste 440 uren, naar keuze van de leerling, voor zover het bevoegd gezag deze als zodanig aanbiedt.
a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 20, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES, daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,
b. de vakken van het profieldeel van één van de profielen, genoemd in artikel 20, derde tot en met zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES, en
c. ten minste één vak met een normatieve studielast van ten minste 440 uren van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 20, zevende lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES zoals geldend voor de scholen voor vwo, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend.
2. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vwo, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling of ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 23, eerste, tweede of vierde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES. Bij een ontheffing op grond van artikel 23, vierde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES wordt de taal vervangen door een ander vak als bedoeld in het vijfde lid van dat artikel.
3. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel.
4. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, en in het bezit is van het diploma havo, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak maatschappijleer van het gemeenschappelijk deel.
5. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs en in het bezit is van het diploma havo, en die in plaats van de vakken, genoemd in artikel 21 van het Inrichtingsbesluit WVO BES examen heeft afgelegd in een of meer overeenkomstige vakken van artikel 20 van het Inrichtingsbesluit WVO BES, bij het eindexamen vrijgesteld van dit vak of deze vakken.
6. In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs bij het eindexamen ontheffing worden verleend van de taal, genoemd in artikel 20, eerste lid onder c, van het Inrichtingsbesluit WVO BES, in de volgende gevallen:
a. de leerling heeft een stoornis die specifiek betrekking heeft op taal of een zintuiglijke stoornis die effect heeft op taal,
b. de leerling heeft een andere moedertaal dan de Nederlandse taal, of
c. de leerling volgt onderwijs in het profiel natuur en techniek of het profiel natuur en gezondheid en de taal verhindert naar verwachting een succesvolle afronding van de opleiding.
7. Bij ontheffing op grond van het zesde lid wordt de taal vervangen door een van de vakken, genoemd in artikel 20, derde tot en met zesde lid, of in het zevende lid, onder c of d, van het Inrichtingsbesluit WVO BES met een normatieve studielast van ten minste 440 uren, naar keuze van de leerling, voor zover het bevoegd gezag deze als zodanig aanbiedt.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029990
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl