BWBR0029990
Geldig vanaf 01-08-2021
Artikel 23a
Eindexamenbesluit VO BES
1. Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs:
a. stelt een of meer examencommissies in ten behoeve van de borging van de kwaliteit van de schoolexaminering;
b. benoemt de leden van de examencommissie; en
c. draagt zorg voor het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie.
2. De examencommissie heeft een oneven aantal leden en ten minste drie leden.
3. De volgende personen kunnen niet worden benoemd tot lid van de examencommissie:
a. leden van het bevoegd gezag;
b. de directeur van de school;
c. leden van de medezeggenschapsraad of de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de school als bedoeld in artikel 57 WVO BES;
d. leerlingen van de school en hun wettelijk vertegenwoordigers.
4. Bij de benoeming van de leden van de examencommissie draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat de examencommissie deskundig is op het gebied van:
a. de desbetreffende schoolsoort;
b. de regelgeving over examinering in het voortgezet onderwijs; en
c. de kwaliteit van examinering.
5. Alvorens tot benoeming van een lid over te gaan, hoort het bevoegd gezag de overige leden van de examencommissie .
a. stelt een of meer examencommissies in ten behoeve van de borging van de kwaliteit van de schoolexaminering;
b. benoemt de leden van de examencommissie; en
c. draagt zorg voor het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie.
2. De examencommissie heeft een oneven aantal leden en ten minste drie leden.
3. De volgende personen kunnen niet worden benoemd tot lid van de examencommissie:
a. leden van het bevoegd gezag;
b. de directeur van de school;
c. leden van de medezeggenschapsraad of de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de school als bedoeld in artikel 57 WVO BES;
d. leerlingen van de school en hun wettelijk vertegenwoordigers.
4. Bij de benoeming van de leden van de examencommissie draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat de examencommissie deskundig is op het gebied van:
a. de desbetreffende schoolsoort;
b. de regelgeving over examinering in het voortgezet onderwijs; en
c. de kwaliteit van examinering.
5. Alvorens tot benoeming van een lid over te gaan, hoort het bevoegd gezag de overige leden van de examencommissie .
- Citeren als
- Art. 23a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029990
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl