BWBR0029990
Geldig vanaf 01-01-2018
Artikel 13
Eindexamenbesluit VO BES
1. Het eindexamen havo omvat in elk geval:
a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 21, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES, daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,
b. de vakken van het profieldeel, genoemd in artikel 21, tweede tot en met vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES, en
c. ten minste één vak met een normatieve studielast van ten minste 320 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 21, zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend.
2. Ingeval van toepassing van artikel 40, achtste lid, van de wet is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor havo bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor ontheffing of vrijstelling is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 23, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES.
4. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel.
a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 21, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES, daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,
b. de vakken van het profieldeel, genoemd in artikel 21, tweede tot en met vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES, en
c. ten minste één vak met een normatieve studielast van ten minste 320 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 21, zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend.
2. Ingeval van toepassing van artikel 40, achtste lid, van de wet is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor havo bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor ontheffing of vrijstelling is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 23, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO BES.
4. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029990
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl